**1..** De uitoefening van de navolgende bevoegdheden van het college op grond van de Regionale Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2024, gemeente Laren:
de bevoegdheid tot toekenning van urgentie als bedoeld in artikel 4.3 lid 3;
de bevoegdheid tot afwijzing van urgentie als bedoeld in artikel 4.3 lid 7;
de bevoegdheid tot verlenging van de gelding van de urgentie als bedoeld in artikel 4.6;
de bevoegdheid tot intrekking van de gelding van de urgentie als bedoeld in artikel 4.7
te mandateren aan de algemeen directeur van de Regio Gooi en Vechtstreek.
**2..** De uitoefening van de navolgende bevoegdheden van het college op grond van de Awb bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid:
de bevoegdheid tot het niet behandelen van een aanvraag om urgentie en het stellen van een termijn om de aanvraag om urgentie aan te vullen als bedoeld in artikel 4:5 van de Awb;
de bevoegdheid tot het afwijzen van een herhaalde aanvraag om urgentie als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb;
de bevoegdheid de aanvrager in de gelegenheid te stellen zijn of haar zienswijze te geven als bedoeld in artikel 4:7 van de Awb voordat het college besluit een aanvraag om urgentie geheel of gedeeltelijk af te wijzen;
de bevoegdheid tot het achterwege laten van de toepassing van artikel 4:7 van de Awb als bedoeld in artikel 4:11 van de Awb;
de bevoegdheid tot het verdagen van de beslistermijn als bedoeld in artikel 4:14 lid 1 van de Awb;
de bevoegdheid tot het opschorten van de beslistermijn als bedoeld in artikel 4:15 van de Awb;
de bevoegdheden tot het vaststellen van de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom en het terugvorderen van onverschuldigd betaalde dwangsommen bij het niet tijdig beslissen over een aanvraag om urgentie als bedoeld in de artikelen 4:18 en 4:20 van de Awb
te mandateren aan de algemeen directeur van de Regio Gooi en Vechtstreek.
**3..** Ten aanzien van de uitoefening van de onder 1 en 2 vermelde bevoegdheden de navolgende voorschriften vast te stellen.