Naar hoofdinhoud
1. De beheerder kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt. 2. De gebiedsaanwijzing heeft geen betrekking op inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer en op de openbare weg. 3. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het openbaar riool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan. 4. De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop zij bekend is gemaakt. 5. De beheerder kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater kan worden gevergd.

Rechtspraak bij dit artikel