Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 10

Doelgroep en voorwaarden compensatie zorgkosten

Onderdeel van Beleidsregels lokaal minimabeleid 2024

De compensatie zorgkosten is van toepassing op inwoners vanaf 18 jaar en ouder. Recht op een voorziening heeft de inwoner die tijdens de referteperiode aangewezen is op een nettomaandinkomen dat niet meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Participatiewet (beiden inclusief vakantietoeslag) en een vermogen niet hoger dan 125% van de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 (onder d) en lid 3 van de Participatiewet. Met een basisverzekering met een aanvullende verzekering (ongeacht soort / vorm) of aantoonbare zorgkosten in het lopende kalenderjaar die hoger dan of gelijk zijn aan € 385,-- of wanneer belanghebbende dient te worden aangemerkt als chronisch zieke of gehandicapte inwoner. Onder aantoonbare zorgkosten, als bedoeld in lid 2 onder 2 hiervoor, worden verstaan de wettelijke eigen bijdrage (hiertoe behoort niet het eigen risico) en/of niet vergoede ziektekosten. Zelfmedicatie wordt niet gerekend tot de hier bedoelde zorgkosten. Een inwoner wordt als chronisch ziek of gehandicapt, als bedoeld in lid 2 onder 3 hiervoor, aangemerkt wanneer belanghebbende beschikt over een indicatie van tenminste 26 weken voor een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning niet zijnde een toekenning voor deelname aan collectief vraagafhankelijk vervoer; de Wet langdurige zorg (Wlz); de Zorgverzekeringswet (Zvw) in de vorm van persoonlijke verzorging; de Jeugdwet (niet zijnde pleegzorg, opvoedondersteuning of behandeling) of een gehandicaptenparkeerkaart (als bestuurder of passagier) of een uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid (tenminste 80%) In afwijking van het tweede lid onder A of B, heeft eveneens recht de inwoner van 18 jaar en ouder die op het moment van aanvraag een (lopende) schuldenregeling heeft op basis van de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening of de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Tevens wordt als rechthebbende aangemerkt de inwoner aan wie door de gemeentelijke schuldhulpverlener financieel of budgetbeheer is toegekend. Aanvrager of de persoon waarvoor de aanvraag wordt ingediend, dient wel te voldoen aan 1 van de voorwaarden genoemd onder 1 tot en met 3 van artikel 10, 2e lid. Bij de vaststelling van het inkomen zijn de bepalingen van de wet van toepassing zoals beschreven onder artikel 1, 2e lid onder l van deze beleidsregel. Bij de vaststelling van het vermogen zijn de bepalingen van de wet van toepassing zoals beschreven onder artikel 1, 2e lid onder y van deze beleidsregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel