Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7.

Artikel 14

Doelgroep en voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregels lokaal minimabeleid 2024

Recht op grond van deze beleidsregel heeft de alleenstaande ouder of het gezin met thuiswonende schoolgaande kinderen die als leerling(e) van een instelling voor voortgezet, middelbaar of hoger onderwijs zijn ingeschreven en de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt; Recht heeft de inwoner die tijdens de referteperiode aangewezen is op een nettomaandinkomen dat niet meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Participatiewet (beiden inclusief vakantietoeslag). een vermogen niet hoger dan 100% van de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 (onder d) en lid 3 van de Participatiewet. Een nettomaandinkomen boven 120% van de toepasselijke bijstandsnorm (beiden inclusief vakantietoeslag) en/of vermogen hoger dan 100% dan de toepasselijke vermogensgrens, leidt tot verlies van het recht op aanspraak op de regeling. In afwijking van het tweede lid, heeft eveneens recht de inwoner die op het moment van aanvraag een (lopende) schuldenregeling heeft op basis van de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening of de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Tevens wordt als rechthebbende aangemerkt de inwoner aan wie door de gemeentelijke schuldhulpverlener financieel of budgetbeheer is toegekend. Bij de vaststelling van het inkomen zijn de bepalingen van de wet van toepassing zoals beschreven onder artikel 1, 2e lid onder l van deze beleidsregel. Bij de vaststelling van het vermogen zijn de bepalingen van de wet van toepassing zoals beschreven onder artikel 1, 2e lid onder y van deze beleidsregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel