De aanvrager kan een financiële tegemoetkoming aanvragen voor zichzelf, zijn of haar partner en zijn of haar ten laste komend(e) kind(eren) tot de leeftijd van 18 jaar.
Een thuiswonend gezinslid van 18 jaar en ouder, niet zijnde de hoofdbewoner, die een aanvraag wenst in te dienen op grond van hoofdstuk 4 of 5 van deze beleidsregel dient zelfstandig een aanvraag in te dienen.
Op de aanvraag wordt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing genomen.
Een aanvraag dient ingediend te worden via een daartoe bestemd (digitaal) aanvraagformulier.
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht dienen bij de aanvraag bewijsstukken van inkomen en vermogen te worden geleverd.
In afwijking van het vijfde lid van dit artikel, hoeft de aanvrager geen bewijsstukken van inkomen en vermogen bij de aanvraag te leveren indien hij/zij een periodieke bijstandsuitkering ontvangt op basis van de wet.
Voor tegemoetkomingen zoals genoemd in de hoofdstukken 5 (tenzij sprake is van chronisch of gehandicapt) en 8 van deze beleidsregel dient de aanvrager aan te tonen dat hij/zij hier kosten heeft gemaakt.
In afwijking van lid 7 kan een tegemoetkoming zoals genoemd in de artikelen 7, 13, 15 en 19 van deze beleidsregel vooraf door de belanghebbende worden gedeclareerd middels een proformanota, of anderszins een bewijsstuk waaruit de hoogte van de kosten blijken, indien de belanghebbende niet in staat is tot betaling of indien betaling vooraf leidt tot financiële problemen voor andere kosten.
De verstrekkingen zoals beschreven in hoofdstuk 3, 4, 5, 8 en 10 van deze beleidsregel worden per kalenderjaar verstrekt.
Het is niet mogelijk over voorgaande jaren een aanvraag in te dienen.