De vergoedingen die op basis van de artikelen 7, 9, 11, 13, 15 en 19 van deze beleidsregel worden verstrekt, worden per 1 januari van het jaar aangepast aan het indexatiecijfer voor prijsontwikkeling dat wordt toegepast voor de Gemeentebegroting (vaststelling Voorjaarsnota medio het kalenderjaar voorafgaand). Per 1-1-2024 worden de bedragen vastgesteld die vervolgens als uitgangswaarde dienen voor de passing per 1-1-2025.
De vergoedingen genoemd in artikelen 7, 9 en 11 (participatie / comp. zorgkosten) worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 5,--. Daarbij wordt uitgegaan van het niet-afgeronde normbedrag van het voorafgaande jaar verhoogd met het indexatiecijfer.
De vergoeding genoemd in de artikelen 13, 15 en 19 (computers / duurzame gebruiksg.) wordt naar boven afgerond maar dan op een veelvoud van € 25,-. Ook nu weer wordt als basis genomen het niet-afgeronde bedrag van het voorafgaande kalenderjaar verhoogd met het indexcijfer voor prijsontwikkeling.
De vergoedingen genoemd in artikel 21 (waardebonnen) worden niet geïndexeerd.
Het college kan jaarlijks afzien de hoogte van de bijdragen te indexeren zoals bedoeld in lid 1 tot en met 3. Het besluit daartoe wordt genomen gelijktijdig met het vaststellen van de Voorjaarsnota en de daarin benoemde kaders en uitgangspunten voor het daaropvolgende begrotingsjaar (uiterlijk medio juli).