Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 6

Doelgroep en voorwaarden participatie 0 tot 18 jarigen

Onderdeel van Beleidsregels lokaal minimabeleid 2024

Recht op grond van deze beleidsregel heeft de inwoner van West Maas en Waal die tussen 0 en 18 jaar is. Recht heeft het kind van de inwoner die tijdens de referteperiode aangewezen is op een nettomaandinkomen dat niet meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Participatiewet (beiden inclusief vakantietoeslag). een vermogen niet hoger dan 125% van de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 (onder d) en lid 3 van de Participatiewet. Een nettomaandinkomen boven 120% van de toepasselijke bijstandsnorm (beiden inclusief vakantietoeslag) en/of vermogen hoger dan 125% dan de toepasselijke vermogensgrens, leidt tot verlies van het recht op aanspraak op de regeling. In afwijking van het tweede lid, heeft eveneens recht de inwoner die op het moment van aanvraag een (lopende) schuldenregeling heeft op basis van de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening of de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Tevens wordt als rechthebbende aangemerkt de inwoner aan wie door de gemeentelijke schuldhulpverlener financieel of budgetbeheer is toegekend. Bij de vaststelling van het inkomen zijn de bepalingen van de wet van toepassing zoals beschreven onder artikel 1, 2e lid onder l van deze beleidsregel. Bij de vaststelling van het vermogen zijn de bepalingen van de wet van toepassing zoals beschreven onder artikel 1, 2e lid onder y van deze beleidsregel. De tegemoetkoming wordt verstrekt ten behoeve van de ten laste komende kind(eren) tot 18 jaar en geldt voor ieder kind afzonderlijk, tenzij anders vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel