Naar hoofdinhoud
Budgetsubsidies en structurele subsidies kunnen jaarlijks geïndexeerd worden. Voor budgetsubsidies ziet de indexeringssystematiek er als volgt uit: Er wordt onderscheid gemaakt tussen het loongevoelige (personele component) en het prijsgevoelige (materiële component) deel van het subsidiebedrag. Indien de hoogte van het subsidiebedrag voornamelijk bestaat uit personeelskosten (loonkosten) dan wordt op het totale subsidiebedrag loonkostenindexatie toegepast. Het percentage aan personeelskosten wordt gebaseerd op de geraamde personeelskosten van de betreffende instelling. Er vindt geen nacalculatie plaats. Op het loongevoelige deel van het subsidiebedrag wordt een indexeringspercentage toegepast waarvan de hoogte van dit percentage op basis van de informatie van het CBS wordt vastgesteld. Hierbij wordt het percentage aangehouden dat betrekking heeft op de totale stijging van de loonkosten die voor rekening komen van de werkgever (dus niet alleen de stijging van de salariskosten als gevolg van cao-afspraken, maar ook de ontwikkeling diverse premies, zoals pensioenpremies, premies sociale verzekeringen). Omdat de cao-onderhandelingen niet altijd voor aanvang van het betreffende kalenderjaar zijn afgerond, worden de percentages gehanteerd die bekend zijn op het moment dat de beschikking afgegeven wordt. Op het prijsgevoelige deel van het subsidiebedrag wordt het huidige indexeringspercentage toegepast. Dit is het percentage dat bij de behandeling van de gemeentebegroting wordt vastgesteld. Voor structurele subsidies wordt het indexeringspercentage toegepast dat bij de behandeling van de gemeentebegroting wordt vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel