Een subsidie wordt direct ambtshalve vastgesteld.
Aanvragen moeten achteraf, tot een maximum van 13 weken na uitvoering van de duurzaamheidsinvestering(en), doch tot uiterlijk 9 december 2024, worden aangevraagd. Indien de datum van uitvoering niet kan worden aangetoond is de factuurdatum leidend. Als de aanvrager zelf de fysieke voorzieningen treft, dan is de datum van aanschaf van noodzakelijke materialen leidend.
Het college kan de aanvrager op diens schriftelijke verzoek uitstel verlenen voor het indienen van een aanvraag voor de duur van maximaal vier weken.
Het college beschikt uiterlijk dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag.
Het college kan een beschikking op een aanvraag voor de duur van maximaal vier weken verdagen.
Een aanvraag voor een subsidie wordt bij het college ingediend.
Voor een aanvraag voor subsidie moet men gebruik maken van het daarvoor door het college opgestelde aanvraagformulier.
In aanvulling op artikel 7, tweede lid, van de ASV 2023 worden bij de subsidieaanvraag, in het kader van deze regeling de volgende gegevens en stukken aangeleverd:
overzicht van de getroffen voorzieningen;
facturen voor de uitgevoerde subsidiabele activiteiten, waarop het deel van de kosten die subsidiabel zijn voldoende duidelijk uitgesplitst en aangemerkt zijn, inclusief betaalbewijzen;
foto’s van de aangebrachte voorzieningen;
energielabel van de woning;
WOZ-waarde van de woning (niet van toepassing bij een huurwoning);
indien van toepassing, een kopie van de geldende goedkeuringsverplichtingen van een VvE;
aanvullend bewijs bij isolatiemaatregelen:
isolatiewaarden inclusief de U/R-waarde);
netto oppervlakte in m², zoals aangegeven in de offerte en/of factuur.
Indien de aanvrager niet de eigenaar is van de woning waarop de aanvraag betrekking heeft, bevat het aanvraagformulier naast de genoemde eisen uit het achtste lid van dit artikel:
een ondertekende toestemmingsverklaring van de eigenaar of VvE dat de bedoelde aanvrager de binnen deze regeling als subsidiabel aangemerkte activiteiten in het betreffende gebouw mag gaan uitvoeren, waarbij de eigenaar indien van toepassing tevens verklaart dat hij:
de verwijdering van de gasaansluiting niet ongedaan zal maken;
zal borgen dat het, zonder voorafgaande instemming van het college van burgemeester en wethouders, in de toekomst niet mogelijk is om het vastgoed alsnog van aardgas te voorzien.
het college kan een vonnis van de kantonrechter dat de verhuurder op grond van artikel 7:243BW of artikel 7:215BW medewerking met de voorgestelde voorzieningen oplegt accepteren als vervanging van een getekende toestemmingsverklaring van de eigenaar, zoals genoemd in het tweede lid, onder a.
Bij de subsidieaanvraag voor activiteiten met betrekking tot collectieve installaties, zoals bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, worden de volgende gegevens en stukken aangeleverd:
een overzicht van de aan de collectieve installatie verbonden verblijfsobjecten;
een overzicht van de aanwezigheid van gasaansluitingen in de verblijfsobjecten;
een overzicht waaruit blijkt welk van de eigenaren en huurders de intentie heeft om de individuele woning gebonden gasaansluiting, zoals bedoeld onder b, binnen 1 jaar af te sluiten;
bewijs dat de aanvrager gemachtigd is de aanvraag te doen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5