Als belastingplichtige wordt aangewezen:
1. De feitelijk gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een ophaalverplichting heeft als bedoeld in artikel 10.11 en 10.12 van de Wet milieubeheer.
degene, die als zakelijk gerechtigde ook als gebruiker valt aan te merken;
degene, die gedurende de langste periode op het betreffende adres in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven;
bij gelijktijdige vestiging op een adres wordt de oudste persoon van degenen die op het betreffende adres in de gemeentelijke basisadministratie staan ingeschreven als belastingplichtige aangewezen;
degene, die op een andere wijze als gebruiker naar voren komt.
2. Wanneer een perceel als hierboven omschreven volgens de gemeentelijke basisadministratie niet wordt bewoond, is er in principe geen sprake van feitelijk gebruik en wordt het betreffende perceel niet betrokken in de afvalstoffenheffing. Echter indien uit de omstandigheden blijkt dat het perceel wel feitelijk wordt gebruikt, dan wordt degene die, op welke wijze dan ook, als gebruiker naar voren komt aangewezen als belastingplichtige.
3. Voor een woning welke blijkens de omstandigheden wordt gebruikt, en voor welke woning containers zijn verstrekt, maar waar volgens het GBA (nog) geen bewoners staan ingeschreven, wordt in eerste instantie een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd met het tarief voor een éénpersoonshuishouden.
Hoofdstuk
Artikel 11
Afvalstoffenheffing (particuliere huishoudens)
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke belastingen - Gemeente Westerveld