1. De commissie bestaat in de basis uit 6 leden, de voorzitter daaronder begrepen.
2. De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
3. In afwijking van het tweede lid kan maximaal 1 burgerlid worden benoemd. Het burgerlid wordt benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
4. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.
5. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, monumentenzorg, architectuur, landschapsarchitectuur en stedenbouw.
6. De leden zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.