**1..** Het is verboden de weg of weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:
het beoogde gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer en onderhoud van de weg;
het beoogde gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
**2..** Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van het gestelde in het eerste lid
**3..** Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
**4..** De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het college als het in het eerst lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 5.1 eerste lid onder a Omgevingswet.
**5..** Het verbod is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:21 van de APV;
voor terrassen als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid van de APV;
standplaatsen als bedoeld in artikel 3.74 van deze verordening.
standplaatsen op een markt- of kermisterrein dat als zodanig door het college is aangewezen;
uitstallingen welke voldoen aan door het college vast te stellen nadere regels;
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
**6..** Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, de provinciale Wegenverordening of de Wegenkeur Waterschap Scheldestromen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3.3
Artikel 3.40
Voorwerpen op of aan de weg
Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving Hulst (2023)