Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders hebben het recht, in overleg met de vaste gebruiker, over een of meer terreinen en/of opstallen te beschikken ten behoeve van door hen gewenste doeleinden of deze voor incidenteel gebruik aan derden af te staan, wanneer een gebruiker, aan wie een(de) terrein(en) voor vast gebruik in gebruik is (zijn) gegeven, dat(die) terrein(en) niet nodig heeft voor het spelen van wedstrijden en/of voor oefeningen. 2.. Indien hierbij gebruik wordt gemaakt van eigendommen van de desbetreffende gebruiker treffen burgemeester en wethouder met deze tevoren een regeling.

Rechtspraak bij dit artikel