Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in overleg met de consul van de K.N.V.B., het gebruik van het(de) terrein(en) te verbieden, indien door regen of sneeuwval, door vorst of ingetreden dooi of door andere omstandigheden naar hun oordeel schade aan het (de) terrein(en) kan ontstaan; 2.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het(de) terrein(en) tijdelijk geheel of gedeeltelijk te sluiten, indien dit nodig is in het belang van de instandhouding van het(de) terrein(en) of op de opstallen, een en ander ter voorkoming van abnormale beschadiging en zonder dat de gebruiker aanspraak heeft op schadevergoeding.

Rechtspraak bij dit artikel