Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Grondslag van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening reinigingsheffingen 2024

De belasting als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt geheven naar de volgende grondslagen die naast elkaar verschuldigd zijn, te weten: een vast bedrag per perceel, en; een vast bedrag per perceel voor elke container van een soort boven de eerste, en; een vast bedrag per soort container per aanbieding, en; een vast bedrag per inworp in een ondergrondse verzamelcontainer, en; een vast bedrag per vervanging van een container voor een container van een andere maat, en; een vast bedrag per vervanging van een container voor een van dezelfde maat, en; een vast bedrag per vervanging van een afvalpas (voor ondergrondse verzamelcontainer) of sleutel (voor een bovengrondse verzamelcontainer) en; een vast bedrag per perceel voor een aan meerdere individuele percelen verstrekte rolcontainer en; een vast bedrag per perceel per container voor een per individueel perceel verstrekte rolcontainer en; bedragen voor het op aanvraag inzamelen van grof huishoudelijk restafval en; bedragen voor het op aanvraag inzamelen van grof tuinafval en; bedragen voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op een milieustation; een en ander naar de maatstaven en tarieven zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Het recht als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt geheven op grond van de volgende grondslag: een vast bedrag per inworp van bedrijfsafval in een ondergrondse verzamelcontainer, een en ander naar de maatstaf en het tarief zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van het recht wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel