Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 14

TOEZICHT EN HANDHAVING

Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuren ‘s-Hertogenbosch

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen. Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kunnen burgemeester en wethouders besluiten handhavend op te treden dan wel legalisatie achteraf van de ontstane situatie verlangen met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld maar dat hiervoor een instemmingsbesluit of vergunning is vereist, is dit artikel van overeenkomstige toepassing. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid en hun overige wettelijke bevoegdheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd, met kennisgeving vooraf aan de netbeheerder, het instemmingsbesluit of de vergunning te wijzigen of in te trekken of de werkzaamheden stil te leggen indien: er wordt gewerkt zonder vergunning, instemmingsbesluit of zonder goedgekeurde melding; de vergunning of het instemmingsbesluit is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; de vergunning of het instemmingsbesluit in strijd met enig wettelijk voorschrift is verleend; er wordt gewerkt in afwijking van de voorschriften van de vergunning of het instemmingsbesluit; er wordt gewerkt in afwijking van de nadere regels; er wordt gewerkt in strijd met het geldende breekverbod; dit naar oordeel van burgemeester en wethouders redelijkerwijs nodig is vanwege de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden van openbaar belang en algemeen nut; er sprake is van verkoop van gronden in eigendom van gemeente, behorende tot de openbare grond, aan derden.

Rechtspraak bij dit artikel