In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, opgaand gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;
boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;
Bomenstichting: de landelijke stichting, die tot doel heeft de zorg en aandacht voor de bomen in de stad en op het platteland te bevorderen;
bomentoets: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand;
bijzondere boom: bijzondere beschermwaardige boom met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving;
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; met de onder sub a genoemde minimale dwarsdoorsnede;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg, met de onder sub a genoemde minimale dwarsdoorsnede;
structuurboom: boom die valt onder de Castricumse boomstructuur, waarmee wordt bedoeld de beeldbepalende en waardevolle boombeplanting in de parken en langs de belangrijke stedenbouwkundige lijnen;
vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben;.
HOOFDSTUK 4 › Afdeling 3
Artikel 4:10
Definities
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Castricum 2023