Installaties horen bij gebouwen, zoals schoorstenen, airco-units en dergelijke. Verwachting is dat ook steeds meer installaties aan gebouwen worden toegevoegd ten behoeve van duurzame energieopwekking of energiezuinigheid. Bijvoorbeeld kleine windinstallaties (KWI), warmtepompen en complete energie-units en klimaatsystemen.
Om installaties te veranderen of aan te brengen, zijn meestal bouwkundige voorzieningen nodig. De veranderingen zijn zelden gericht op het verfraaien van het gebouw.
Beoordelingskader
Plaatsing
Plaatsing zoveel mogelijk inpandig, tenzij er voor de werking van de installatie redenen zijn dat deze niet (deels) inpandig geplaatst kan worden, zoals de buitenunit van een warmtepomp of airco.
Voor monumenten en in beschermd gezicht plaatsing van installaties achter de achtergevellijn, zorgvuldig ingepast en gemakkelijk terug te brengen in originele staat (reversibel).
Plaatsing achter de voorgevellijn op een plek die niet storend zichtbaar is vanuit het openbaar gebied.
Niet op een dakkapel of op dakvlak.
Maatvoering
Installaties zoals airco’s en warmtepompen maximaal 1.00 meter hoog en 1.00 meter breed.
Bij plaatsing aan gevel op minstens 1.00 meter van de dakrand.
Schotel maximaal 1.00 meter in doorsnede en maximaal 3.00 meter hoog vanaf de voet.
Kleine windmolens en windwokkels geplaatst op een plat dak op minimaal 3.00 meter van de dakrand, en;
verticale windmolen maximaal 4.00 meter hoog;
horizontale windmolen maximaal 1.00 meter hoog en maximaal 2.00 meter breed.
Windmolen op de grond maximaal 10 meter hoog.
Bij plaatsing op een balkon bevindt de installatie zich tegen de gevel.
Vormgeving, materiaal en kleur
Installatie en bijbehorende voorzieningen als één geheel vormgeven.
Geen felle of opvallend afwijkende kleuren.
Koningskwartier, Zevenhuizen
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.1.
Artikel 5.1.8.
Installaties (airco’s, warmtepompen, antennes etc.)
Onderdeel van Nota Omgevingskwaliteit gemeente Zuidplas