Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, legt iedere budgethouder verantwoording af over de besteding van het persoonsgebonden budget door middel van een door het college beschikbaar gesteld Verantwoordingsformulier. De verantwoording in relatie tot hulpmiddelen, moet binnen 6 maanden na uitbetaling van het PGB worden ingeleverd bij de gemeente.
Bij hulp bij het huishouden legt de budgethouder binnen 6 weken na afloop van het kalenderjaar verantwoording af via een door het college beschikbaar gesteld Verantwoordingsformulier.
Een uitzondering hierop vormt de verantwoording van een bouwkundige woningaanpassing. Deze moet binnen een periode van 12 maanden na uitbetaling van het PGB gereed gemeld en verantwoord worden.
Een uitgebreide controle van de besteding van het persoonsgebonden budget, zal steekproefsgewijs plaatsvinden. De budgethouder dient in verband met deze controle de volgende stukken te bewaren:
de nota/factuur van de aangeschafte voorziening;
een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening
een overzicht van de salarisadministratie met bewijsstukken.
Uit de bewijsstukken moet blijken of het persoonsgebonden budget in de afgelopen periode besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is.Is het persoonsgebonden budget anders of niet volledig besteed dan bedoeld, dan kan het college overwegen het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Reservering voor onderhoud en reparatie worden in deze buiten beschouwing gelaten. Uitgangspunt is dat de cliënt de middelen terugbetaalt aan de gemeente die wel bedoeld waren maar niet gebruikt zijn voor de aanschaf van de voorziening. In de situatie waarin de middelen aan een ander doel zijn besteed dan waar ze voor bestemd waren, zal beoordeeld worden of er opzet in het spel is geweest, of dat sprake is geweest van onwetendheid. In die laatste situatie wordt overlegd op welke wijze deze situatie in de toekomst vermeden kan worden. Bij opzet moet afgewogen worden of terugvordering in verhouding staat tot wat er bewust onjuist is gedaan.
In artikel 12 van het Financieel besluit zijn nadere regels opgenomen over de verantwoording van het PGB. Belangrijk om in dit verband apart te benoemen is het bepaalde in artikel 12 lid 7. Wanneer de PGB-houder na aanschaf van de voorziening verantwoording heeft afgelegd over de besteding van het PGB en na 8 weken geen reactie heeft ontvangen van het college, dan geldt de verantwoording als geaccepteerd en het verantwoorde bedrag als te zijn toegekend.
Voor wat betreft het PGB voor Hulp bij het Huishouden geldt deze werkwijze alleen voor de verantwoording die is afgelegd over de besteding van het PGB over een volledig kalenderjaar. Dat wil zeggen dat wanneer de PGB-houder 8 weken na het indienen van het laatste verantwoordingsformulier over het achterliggende kalenderjaar geen reactie heeft ontvangen van het college, de verantwoording als geaccepteerd beschouwd kan worden en het verantwoorde bedrag als te zijn toegekend.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2.4.
Verantwoording en controle van de besteding van het PGB
Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning Opsterland 2011