Is er geen sprake van gebruikelijke zorg of inzet van algemene of voorliggende voorzieningen, dan dient de omvang van de hulp bij het huishouden te worden vastgesteld.
Hiervoor moet bepaald worden welke activiteiten de hulpvrager zelf niet kan uitvoeren en welke normtijden hiervoor gelden. Er is, in navolging van de AWBZ, gekozen voor normtijden, om een uitgangspunt te hebben voor de omvang van de verschillende taken die in het huishoudelijke werk verricht moeten worden. Voor de normtijden wordt gebruik gemaakt van het ‘Protocol Huishoudelijke verzorging’ van het CIZ (april 2005).
Alle huishoudelijke taken die zijn genoemd in de verschillende categorieën hulp bij het huishouden hebben een normering in minuten. Afhankelijk van de frequentie kan zo het aantal uren per week worden vastgesteld en de bijbehorende klasse. Door individuele omstandigheden kan er een noodzaak zijn voor een verhoging of eventueel een verlaging van de normering. Op basis van de normering wordt uiteindelijk bepaald hoeveel hulp bij het huishouden noodzakelijk is.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.6.
Normering huishoudelijke taken
Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning Opsterland 2011