Naar hoofdinhoud
1. Raadsleden dienen (sub)amendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het raadsvoorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De indiener van het (sub)amendement kan dit intrekken, zolang daarover geen stemming heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel