GVP, terreinen en plan
Het GVP heeft betrekking op de plangebieden van het bestemmingsplan Eemshaven en het provinciaal inpassingsplan Oostpolder. Met plan wordt aangeduid het plan waarbinnen de (beoordeelde) activiteiten worden verricht. Het GVP geeft geen regels voor het toestaan van geluidruimte voor de activiteiten plaatsvindend op het industrieterrein Eemshaven Zuidoost: daarvoor zijn regels gegeven in het bestemmingsplan Eemshaven Zuidoost 2017. Het houdt wél rekening met de geluidruimte voor dat terrein en voor de toetsingsprocedure et cetera wordt zoveel mogelijk bij deze beleidsregel aangesloten.
Activiteiten en vergunning
Onder de activiteiten en het daardoor geproduceerd geluid wordt dus verstaan het geluid van de “toestellen en installaties” en de activiteiten van al dan niet mobiele machines en apparaten zoals laden en lossen en intern transport vanwege inrichtingen als bedoeld in art. 1.1 lid 3 Wm en op grond van dat artikellid bij AMvB, te weten het Besluit omgevingsrecht (Bor), zijn aangewezen. Hiertoe behoren ook de laad- en losactiviteiten die buiten de grens van de inrichting op de openbare weg of op het water plaatsvinden, maar toegerekend (moeten) worden aan de inrichting. Het geluid van windturbines valt niet onder de werkingssfeer van het GVP (art. 1b Wgh). Aanvullend worden onder het GVP activiteiten beoordeeld die niet op grond van art. 1.1 lid 3 Wm in het Besluit omgevingsrecht is aangewezen, maar wel een relevante geluidemissie kunnen veroorzaken. Hierbij wordt op dit moment met name gedoeld op opslaglocaties voor elektrische energie op industriële schaal en aan zonneparken. Hiermee wordt ook geanticipeerd op de toekomstige Omgevingswet waaronder deze activiteiten mogelijk in de totale geluidbeoordeling zullen moeten worden betrokken. Deze definitie wijzigt uiteraard niet dat deze activiteiten niet aan Wgh grenswaarden behoeven te worden getoetst. Met deze “uitbreiding” van het begrip activiteiten ten opzichte van art. 1.1. lid 3 Wm is uitdrukkelijk niet bedoeld om het niet-inrichtinggebonden nestgeluid van schepen onder de werkingssfeer van het GVP te brengen.
Gedoeld wordt op geheel andersoortige activiteiten van een ander bedrijf, waarbij de bestaande of veranderde activiteiten worden beëindigd.
Waar in het GVP wordt gesproken over een vergunning wordt gedoeld op een omgevingsvergunning voor een inrichting (art. 1.1 lid 1 Wm), maar eveneens op de acceptatie van een melding van een inrichting vallend onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit (Abm). Waar wordt gesproken over de aanvraag, wordt ook gedoeld op de melding Abm. Waar wordt gesproken over de vergunde geluidruimte, wordt ook gedoeld op de op grond van maatwerkvoorschriften krachtens het Abm geldende geluidruimte. Er wordt niet gedoeld op de grond van de standaard geluidvoorschriften van het Abm geldende geluidruimte; die zou namelijk groter kunnen zijn dan het standaard kavelbudget.
Beoordelingspunt
Toetsingen worden uitgevoerd op alle in de beleidsregel gespecificeerde punten. In uitzonderlijke gevallen kunnen voor een individuele toetsing nog beoordelingspunten worden toegevoegd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een mutatie gelegen op zeer korte afstand op woningen, waarbij een significante toename van de geluidbelasting ontstaat op woningen gelegen tussen twee beoordelingspunten.
Kavelgeluid en nestgeluid
Het industriegeluid wordt in het GVP gesplitst in kavelgeluid en nestgeluid. Het kavelgeluid is het geluid veroorzaakt door de activiteiten minus het nestgeluid. De activiteiten kunnen ook plaatsvinden binnen de geografische grens van een ligplaats. Kavelgeluid kan dus ook binnen de geografische grens van een ligplaats worden veroorzaakt.
Nestgeluid is het geluid dat wordt veroorzaakt door het geluid van aggregaten (met veelal een dieselmotor) en/of hoofd- en/of hulpmotoren op schepen. Deze aggregaten worden gebruikt voor het produceren van de noodzakelijke elektriciteit aan boord van het schip. Deze elektriciteit is nodig voor ventilatiesystemen voor bepaalde ruimten zoals de machinekamers. De installaties zijn in bedrijf op het moment dat de schepen in de haven aan de kade liggen. Dit geluid kan worden geproduceerd gedurende de tijd van laden en lossen van het schip of de periode dat het schip in een dok of eventueel op de kade ligt om daaraan of daarop werkzaamheden te verrichten. In dit geval is er een duidelijke binding tussen het schip en de kade van de inrichting waaraan of waarop zij liggen en het betreft dan het inrichtinggebonden nestgeluid, het wordt toegerekend aan de inrichting. Onder het GVP wordt uitsluitend dit inrichtinggebonden nestgeluid als nestgeluid beschouwd. Als regel zal het schip in dit geval ook liggen binnen de – in de vergunningaanvraag aangegeven - grens van de inrichting aan wiens kade het schip ligt. De geluidvoorschriften verbonden aan de Wabo (milieu-)vergunning dan wel de voorschriften aan het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) van de inrichting behoren dit nestgeluid te omvatten. Er zijn ook schepen die in de haven liggen te wachten totdat ze (kunnen) worden geladen of gelost. Of na afloop nog liggen te wachten vóór zij weer vertrekken, bijvoorbeeld omdat een sluis richting de binnenwateren pas de volgende ochtend weer wordt bediend. Daarnaast schuilen in de haven ook schepen bijvoorbeeld vanwege ongunstige weersomstandigheden op zee of calamiteiten aan het schip. De havenmeester kan deze laatste schepen een plaats toewijzen. De schepen en het dan veroorzaakte nestgeluid behoren niet tot de milieu-inrichting aan wiens kade zij liggen. Mogelijk liggen ze zelfs aan een kade, een steiger of palen die niet eens niet behoort tot een milieu-inrichting. Dit nestgeluid wordt onder het GVP niet beoordeeld. De geluidvoorschriften van de inrichting hebben géén betrekking op dit nestgeluid.
Er zijn twee bijzondere situaties bij het onderscheid tussen kavel- en nestgeluid:
Het geluid van tankerschepen wordt (altijd) gerekend tot kavelgeluid. Deze schepen worden veelal gelost met pompen op het schip, waarvoor ook de generatoren op het schip in werking zijn. Voor het lossen zijn de pompen op het schip en de generatoren t.b.v. die pompen van het schip maatgevend. Dit moet in ieder geval worden beschouwd als kavelgeluid, omdat het hoort bij laden en lossen. De schepen worden vaak geladen met pompen in de inrichting. Het geluid van de aggregaten tijdens het laden zou kunnen worden beschouwd als nestgeluid, maar dan zou een schip op de ene dag kavelgeluid produceren en de andere dag nestgeluid. Daarom wordt het geluid van tankerschepen (altijd) gerekend tot kavelgeluid.
Het nestgeluid van schepen op een scheepswerf wordt als inrichtinggebonden beschouwd en dus onder het GVP beoordeeld gedurende de gehele periode dat op of aan het schip werkzaamheden bij of in het dok plaatsvinden. Als deze werkzaamheden bijvoorbeeld alleen gedurende de dagperiode plaatsvinden, wordt óók het nestgeluid gedurende de avonden en nachten ertussen beschouwd als inrichtinggebonden, vanaf de start tot het eind van de werkzaamheden op of aan het schip.
Geluidkavel en ligplaats
In de beleidsregels worden de begrippen geluidkavel en ligplaats gebruikt om het begrip geluidkavel uit de planregels mee aan te duiden. Dat er in de beleidsregel twee woorden voor worden gebruikt, is enkel en alleen met het oog op (vereenvoudigd) woordgebruik. Er is geen betekenisverschil. Op elke geluidkavel is een standaard kavelbudget gelegd. Samen omvatten de geluidkavels het totale oppervlak met een standaard kavelbudget binnen het GVP. De grenzen van een geluidkavel kúnnen overeenkomen met een kadastrale kavel of met de grens van een (actuele) inrichting, maar dat is niet noodzakelijk: een geluidkavel kan ook een déél daarvan zijn of worden gevormd door meerdere ervan of een geheel andere begrenzing hebben. De geluidkavel onder een bestaand bedrijf is zo gekozen dat deze overeenkomt met het door een bedrijf en/of inrichting voor de feitelijke, daadwerkelijke activiteiten gebruikte oppervlak. Door op deze manier de geluidkavel te definiëren vindt toetsing altijd plaats aan het bij de activiteiten gebruikte oppervlak. Wanneer bijvoorbeeld via de aanvraag vooralsnog slechts een deel van de kavel daadwerkelijk wordt ingevuld met activiteiten, wordt de aangevraagde geluidruimte aan het budget behorend tot een kleiner oppervlak (dus netto een kleiner budget) getoetst. Zo blijft er altijd kavelbudget beschikbaar op het nog niet gebruikte deel van de kavel. Op deze manier wordt mede invulling gegeven aan het doel van het geluidverdeelplan.
Op deze manier werd feitelijk enige tijd getoetst via een vergelijkbare regel in het geluidverdeelplan bij het voorbereidingsbesluit. Daarvóór werd dit echter niet zo gedaan. Voor een aantal bestaande bedrijven is daarom de geluidkavel nu kleiner gekozen dan de milieu-inrichting en is op het resterende deel van de kavel een standaard kavelbudget gelegd, waarvoor de ruimte uit de reserve is gehaald.
Op elke ligplaats is een standaard nestbudget gelegd. Samen omvatten de ligplaatsen het totale oppervlak met een standaard nestbudget binnen het GVP.
Geluidbudgetten
Het standaard geluidbudget als bedoeld in de planregels wordt in deze beleidsregels aangeduid met twee begrippen, te weten het standaard kavelbudget voor een geluidkavel en het standaard nestbudget voor een ligplaats. Het ene begrip uit de planregels wordt in de beleidsregels dus aangeduid met twee afzonderlijke begrippen, maar er wordt exact hetzelfde mee bedoeld, op dezelfde wijze als het ene begrip geluidkavel in de beleidsregels uiteenvalt in geluidkavel en ligplaats.
Het standaard kavelbudget is een geluidemissie van een standaard geluidbron volgens vaste kenmerken zoals bronhoogte en geluidspectrum gelijkmatig verdeeld over het oppervlak van de geluidkavel. Het is evenredig met de grootte van de kavel en wordt daarom uitgedrukt in een geluidsvermogenniveau LW in dB(A)/m². De geluidkavels en het daaraan toegekende standaard kavelbudget zijn opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Zij zijn daarmee geborgd binnen het plan.
Het standaard nestbudget is de combinatie van een geluidemissie van drie standaard geluidbronnen voor respectievelijk een binnenvaartschip, een coaster en een zeeschip. Het heeft vaste kenmerken per type schip. Het is uitsluitend afhankelijk van het aantal bedrijfsduren per type schip per etmaalperiode. Het is onafhankelijk van de grootte van de ligplaats en wordt uitgedrukt in een geluidsvermogenniveau LW in dB(A). De ligplaatsen en het daaraan toegekende standaard nestbudget zijn opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Zij zijn daarmee geborgd binnen het plan.
Het begrip vergund groter geluidbudget wordt in de planregels niet gebruikt, wel wordt daar gesproken over situaties wanneer op grond van een vergunning een grotere geluidruimte is toegestaan. Van een vergund groter geluidbudget kan sprake zijn in één of meer etmaalperioden.
Een vergund groter kavelbudget wordt gevormd door de geluidsbronnen en de aanwezige of toekomstige reflecterende en afschermende bebouwing binnen de geluidkavel. Dit vergund groter kavelbudget kan dus in elke richting verschillend van grootte zijn.
Een vergund groter nestbudget wordt in principe gevormd door een combinatie van drie standaard geluidbronnen als voor het standaard nestbudget, maar zou in specifieke gevallen afwijkende waarden kunnen hebben.
Gebruikte delen
Geluidkavels liggen vast. Een bedrijf kan in de praktijk voor zijn activiteiten gebruik maken van precies één hele geluidkavel, maar ook van een deel daarvan of van meerdere geluidkavels. Het gebruikt kaveloppervlak omvat naast de hoofd- ook de secundaire activiteiten van de inrichting. Het omvat ook de wegen en parkeerterreinen op het bedrijfsterrein, maar tijdelijke zaken als bouwketen, bouwopslagen en tijdelijke wegen en parkeerterreinen niet. Het gebruikt kaveloppervlak wordt begrensd door een lijn rondom deze activiteiten. Vaak zal de indeling van het terrein volgens de tekening bij de aanvraag als uitgangspunt kunnen gelden voor het gebruikt kaveloppervlak. Kleine nog niet met activiteiten ingevulde stukjes binnen deze lijn maken deel uit van het gebruikt kaveloppervlak. Voorkomen moet worden dat het gebruikt kaveloppervlak er uitziet als een gatenkaas en de minste of geringste inbreiding leidt tot een verandering van het gebruikt kaveloppervlak. Soms zijn binnen het gebruikt kaveloppervlak groei, toekomstige ontwikkelingen, vergroting van de productiecapaciteit mogelijk of misschien worden die op moment van de aanvraag al verwacht. Voor zover die kunnen leiden tot een toename van de geluidproductie, kan dat aanleiding zijn om een overeenkomstig kleiner gebruikt kaveloppervlak aan te (moeten) houden. Het gebruikt kaveloppervlak lijkt dan dus kleiner dan uit een terreintekening zou worden afgeleid. In het GVP wordt er immers naar gestreefd om voor de geluidproductie bij de uiteindelijke volledige invulling van het gebruikt kaveloppervlak zoveel mogelijk binnen het gebruikt kavelbudget te realiseren.
Het gebruikt kavelbudget is het kavelbudget dat behoort tot het gebruikt kaveloppervlak. Als het gebruikt kaveloppervlak niet precies gelijk is aan een geluidkavel, wordt het gebruikt kavelbudget gevormd door een deel of een optelsom van de budgetten van de geluidkavels. Dit heeft als consequentie dat ook het uitsluitend veranderen van het gebruikt kaveloppervlak een te toetsen mutatie is in de zin van dit GVP. Met het oog op verkleining of vergroting van het gebruikt kaveloppervlak, splitsing of samenvoeging van activiteiten of inrichtingen zijn regels opgenomen over de verdeling van het gebruikt kavelbudget. Bij splitsing dient op elk zelfstandig deel van de geluidkavel dan wel van de gebruikte geluidkavel ten minste het standaard kavelbudget te blijven liggen.
Het gaat bij deze begripsomschrijvingen om het in de praktijk gebruikte gedeelte van de ligplaats. Een bedrijf kan in de praktijk gebruik maken van precies één ligplaats en de enige zijn die de ligplaats gebruikt. Maar het kan ook voorkomen zijn dat een ligplaats door meerdere bedrijven wordt gebruikt. In dat geval moet het nestbudget van die ligplaats worden verdeeld. Als één bedrijf meerdere ligplaatsen gebruikt, wordt het gebruik per ligplaats beoordeeld t.o.v. het budget van die ligplaatsen.
In acht te nemen geluidruimte overige terreinen
Voor een activiteit op terrein Eemshaven is de in acht gehouden geluidruimte overige terreinen dus de ruimte voor terrein Eemshaven Zuidoost plus die voor terrein Oostpolder, zoals die in het provinciaal inpassingsplan Oostpolder voor die terreinen is aangehouden. Opgemerkt wordt dat deze ruimte kleiner is dan de ruimte die vóór uitbreiding met Oostpolder voor het terrein Eemshaven binnen de tot 2023 geldende Wgh grenswaarden beschikbaar is. Op dezelfde manier is voor een activiteit op terrein Oostpolder de in acht gehouden geluidruimte overige terreinen dus de ruimte voor terrein Eemshaven plus die voor terrein Eemshaven Zuidoost, zoals die in het provinciaal inpassingsplan Oostpolder voor die terreinen is aangehouden.
Mutaties
Door op deze manier veranderingen binnen de werkingssfeer van het geluidverdeelplan te brengen, kunnen zij via Artikel 3 ten aanzien van het aspect geluid worden getoetst. Een verandering van het gebruikt kaveloppervlak kan bijvoorbeeld ontstaan door splitsing van de inrichting, samenvoeging van meerdere inrichtingen of vergroten met een ongebruikt perceel. Het gebruikt kaveloppervlak en gebruikt ligplaatsdeel worden dan opnieuw bepaald.
Reserve
Bij de beoordeling van de vraag of op enig moment een grotere ruimte kan worden vergund, speelt de reserve een belangrijke rol. Uit de begripsomschrijving volgt dat hiervoor rekening wordt gehouden met alle standaard kavel- en nestbudgetten en de vergund grotere kavel- en nestbudgetten op de overige kavels van het terrein waarop de activiteiten worden uitgevoerd. Op deze manier wordt geborgd dat altijd ten minste deze budgetten op de overige kavels beschikbaar blijven voor toekomstige activiteiten. Bij toekenning uit de reserve op het ene terrein wordt de in acht te nemen geluidruimte van de andere terreinen niet aangetast. In het geluidverdeelmodel is voor terrein Eemshaven en voor terrein Oostpolder de in acht te nemen geluidruimte opgenomen, omvattend de kavel- en nestbudgetbronnen plus de bronnen die de reserve representeren. Voor het terrein Eemshaven Zuidoost is de beschikbare ruimte opgenomen conform het bestemmingsplan voor dat terrein van 2017. Deze drie ‘geluidpotten’ samen vullen de Wgh grenswaarde op de beoordelingspunten zo goed mogelijk op. Alleen voor zover met deze bronnen samen de geluidbelasting op een beoordelingspunt kleiner blijft dan de Wgh grenswaarde, is de geluidruimte tussen de terreinen Eemshaven en Oostpolder uitwisselbaar. Het is duidelijk dat de reserve van beoordelingspunt tot beoordelingspunt en in de tijd kan variëren.
Toetsingsmarge
De marge is voor kavelgeluid afhankelijk van de grootte van de geluidkavel.