Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Beleidsregel afwegingskader instellen hoger beroep

Bij de besluitvorming om al dan niet in hoger beroep te gaan tegen een uitspraak van de rechter worden in ieder geval de volgende belangen afgewogen: I. Belang van bestuursorgaan: Mate van onzekerheid door de uitspraak: Wijkt de uitspraak van de rechtbank af van vaste jurisprudentie dan kan er onzekerheid ontstaan over de te volgen lijn in vergelijkbare situaties. Een uitspraak in hoger beroep kan die onzekerheid wegnemen. Impact voor beleid en/of uitvoering: Straalt een individuele zaak niet uit naar andere zaken, dan is er minder reden om in hoger beroep te gaan. Straalt deze zaak wel uit en zijn de gevolgen voor beleid/uitvoering ingrijpend of worden die onhaalbaar geacht, dan weegt dit punt zwaarder mee in de afweging. Financiële gevolgen: Bij een relatief klein financieel gevolg voor de gemeente gaat het bestuursorgaan in ieder geval geen hoger beroep instellen. Er wordt bijvoorbeeld niet alleen doorgeprocedeerd over een proceskostenvergoeding. II. Belang van individuele burgers: Zekerheid: Tussen het indienen van hoger beroep en een uitspraak zit gemiddeld 2 jaar. Dat betekent voor de betrokken individuele burgers langere onzekerheid over hun rechten en plichten. Dit weegt zwaarder in combinatie met de mate van kwetsbaarheid van de individuele burgers. Financiële gevolgen: De omvang van de financiële belangen van de betrokken individuele burgers wordt meegewogen. Dit weegt zwaarder in combinatie met de mate van kwetsbaarheid van de betrokken individuele burgers. III. Alternatieven: Zijn er alternatieven? Uiteraard moet zo vroeg mogelijk gekeken worden of informele oplossing van het geschil mogelijk is. Ook na een onwelgevallig oordeel van de rechtbank wordt (opnieuw) beoordeeld of een alternatieve oplossing mogelijk is zonder rechterlijk oordeel in hoger beroep.

Rechtspraak bij dit artikel