**1..** De afstand van het hart van de locatie tot de gevel van een woning is minimaal 2 meter, maar het streven is naar een grotere afstand.
**2..** In situaties waarbij het plaatsen van een ondergrondse container niet mogelijk is kan (tijdelijk) een bovengrondse inzamelvoorziening met een toegangssysteem worden geplaatst.
**3..** De locatie bevindt zich niet voor direct op de looplijn hoofdentree van een gebouw.
**4..** De locatie bevindt zich niet onder een balkon.
**5..** De locatie bevindt zich niet voor een inrit, carport of garage.
**6..** Het aanwijzen van locaties ten koste van parkeerplaatsen wordt zoveel mogelijk voorkomen.
**7..** De locatie is zodanig gesitueerd dat geen riolering, kabels en/of leidingen moeten worden verlegd voor het plaatsen van een ondergrondse container. Uitzonderingen hierop zijn:
De projectontwikkelaar wil de kosten dragen voor het omleggen van de riolering, kabels en leidingen;
De gemeente (ruimtelijke) argumenten heeft om de ondergrondse containers op deze locatie te plaatsen met als consequentie het verplaatsen van riolering, kabels en leidingen.
**8..** Indien desondanks tijdens de plaatsing blijkt dat een kabel of leiding aanwezig is waardoor het plaatsen van de ondergrondse container niet mogelijk is, wordt er een afweging gemaakt tussen een alternatieve locatie voor de ondergrondse container of het verleggen van de kabels en leidingen.
HOOFDSTUK ll
Artikel 4.1
Voorkomen hinder
Onderdeel van Beleidsregel locatiekeuze afval inzamelvoorzieningen gemeente Cranendonck