De locatie voor het plaatsen van een GFT-cocon wordt in beginsel getoetst aan dezelfde voorwaarden als bij een ondergrondse container (indien van toepassing). Enkele aanvullende richtlijnen zijn specifiek op GFT-cocons van toepassing.
De GFT-cocons worden zodanig geplaatst dat voldoende ruimte is om de hierin geplaatste minicontainer eenvoudig en op een veilige manier uit de GFT-cocon te halen.
Bij plaatsing van meerdere GFT-cocons op een locatie worden deze bij voorkeur ‘in rij’ gezet.
De afstand tussen een GFT-cocon en de rijweg is bij voorkeur niet meer dan vijftien meter.
Voor het plaatsen van een GFT-cocon is het in principe niet noodzakelijk te graven. Indien desondanks tijdens de plaatsing blijkt dat een kabel of leiding aanwezig is waardoor het plaatsen van de GFT-cocon niet mogelijk is, wordt er een afweging gemaakt tussen een alternatieve locatie voor de GFT-cocon of het verleggen van de kabels en leidingen.
In situaties waarbij het plaatsen van een GFT-cocon niet mogelijk is, kan (tijdelijk) geen of een alternatieve voorziening worden geplaatst of kan een alternatieve locatie worden aangewezen met een langere loopafstand.
HOOFDSTUK lll
Artikel 5.
Locatierichtlijnen plaatsing GFT-cocon
Onderdeel van Beleidsregel locatiekeuze afval inzamelvoorzieningen gemeente Cranendonck