Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK lll

Artikel 5.

Locatierichtlijnen plaatsing GFT-cocon

Onderdeel van Beleidsregel locatiekeuze afval inzamelvoorzieningen gemeente Cranendonck

De locatie voor het plaatsen van een GFT-cocon wordt in beginsel getoetst aan dezelfde voorwaarden als bij een ondergrondse container (indien van toepassing). Enkele aanvullende richtlijnen zijn specifiek op GFT-cocons van toepassing. De GFT-cocons worden zodanig geplaatst dat voldoende ruimte is om de hierin geplaatste minicontainer eenvoudig en op een veilige manier uit de GFT-cocon te halen. Bij plaatsing van meerdere GFT-cocons op een locatie worden deze bij voorkeur ‘in rij’ gezet. De afstand tussen een GFT-cocon en de rijweg is bij voorkeur niet meer dan vijftien meter. Voor het plaatsen van een GFT-cocon is het in principe niet noodzakelijk te graven. Indien desondanks tijdens de plaatsing blijkt dat een kabel of leiding aanwezig is waardoor het plaatsen van de GFT-cocon niet mogelijk is, wordt er een afweging gemaakt tussen een alternatieve locatie voor de GFT-cocon of het verleggen van de kabels en leidingen. In situaties waarbij het plaatsen van een GFT-cocon niet mogelijk is, kan (tijdelijk) geen of een alternatieve voorziening worden geplaatst of kan een alternatieve locatie worden aangewezen met een langere loopafstand.

Rechtspraak bij dit artikel