Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 5

Samenstelling commissie en subcommissie(s)

Onderdeel van Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Kampen 2024

De commissie bestaat uit ten minste drie leden en maximaal zeven leden, de voorzitter daaronder begrepen. Het college kan daarnaast maximaal zeven plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. De commissie bestaat uit door Het Oversticht voorgedragen en door het college benoemde leden. De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor integrale advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet ten minste twee leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. In afwijking van het tweede lid kunnen maximaal twee burgerleden en twee plaatsvervangers door het college worden benoemd als lid van de commissie en/of een subcommissie. Zij worden benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis, ondernemerschap, brede kennis van de gemeente en het vermogen om met een brede blik vanuit het algemeen belang te adviseren. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: Cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, monumentenzorg, restauratiearchitectuur, landschapsarchitectuur, stedenbouw, architectuur en lokale kennis over de gemeente. Ook is deskundigheid van en ervaring met andere opgaven uit de gemeentelijke omgevingsvisie zoals duurzame ontwikkeling en gezondheid vereist zodat deze opgaven integraal deel uitmaken van de advisering. Burgemeester en wethouders kunnen voor specifieke gebieden (zoals het landelijk gebied) of bepaalde grotere projecten of gebiedsontwikkelingen een subcommissie instellen waarin, naast ten minste twee en maximaal drie leden uit de commissie, andere deskundigen en/of burgerleden alsmede hun plaatsvervangers worden benoemd. Deze subcommissie treedt dan in de plaats van de commissie. Een subcommissie bestaat uit ten minste drie leden en maximaal vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen. De leden en plaatsvervangende leden zijn onafhankelijk en niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. De leden en plaatsvervangende leden zijn niet aangesteld in een functie bij een (belangen) organisatie waaraan het risico van belangenverstrengeling verbonden is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel