In tabel 1.1 is een overzicht gegeven van de relevante activiteiten en bevoegde gezagen.
Tabel 1.1 Verdeling bevoegd gezag
Activiteiten
Bevoegd gezag
Toepassen van grond en baggerspecie op of in de landbodem binnen de gemeente, in gemeentelijke wateren en binnen inrichtingen
College van Burgemeester en Wethouders (B&W)
Toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater binnen beheergebied van het waterschap
Waterschap
Toepassen van grond en baggerspecie binnen bepaalde categorieën van inrichtingen (Wet milieubeheer)
Provincie of het Rijk (bij toewijzing)
Toepassen en verspreiden van grond en baggerspecie in Rijkswateren of Rijkswegen
Rijkswaterstaat
Activiteiten (onder andere erkenning van personen en instellingen) die vallen onder de Kwaliteitsborging van bodemintermediairs (KWALIBO)
IL&T
Vaststelling van de kaart en gebiedsspecifiek beleid vindt plaats door de raad van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland en Zwartewaterland en door het algemeen bestuur van de waterschappen Vechtstromen en Drents Overijsselse Delta.
Het besluit tot vaststelling van het gebiedsspecifiek beleid is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) van toepassing is (zie artikel 49 Bbk).
Bij het vaststellen van deze Nota door de raad van de gemeenten of het algemeen bestuur van de waterschappen kan een delegatiebesluit worden genomen waarbij de volgende taken zijn gedelegeerd naar het college van de gemeenten of het dagelijks bestuur van de waterschappen:
Het erkennen van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten en waterschappen
Aanpassen van het beleid als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving, zoals door de komst van de Omgevingswet of voor PFAS en opkomende stoffen et cetera
Beleidsafwijkingen vaststellen op locatie- en gebiedsniveau om bijvoorbeeld invulling te geven aan maatschappelijke ambities
Bij erkenning van een bodemkwaliteitskaart van een andere gemeente wordt altijd getoetst of deze kaart van een vergelijkbare kwaliteit is als de eigen bodemkwaliteitskaart. Aspecten die hierbij bepalend kunnen zijn:
Classificering op basis van de P80
Aantallen waarnemingen
Opgesteld voor minimaal standaardpakket, PFAS en andere aanwezige diffuse verontreinigingen
Wijze van uitsluiten van locaties
Als geen erkenning heeft plaatsgevonden dient een andere geldige milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van de grond te worden aangeleverd, zoals een partijkeuring.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
Bevoegd gezag en vaststelling
Onderdeel van Nota bodembeheer Regio IJsselland