Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3.3

Artikel 2.4

Uitgesloten locaties

Onderdeel van Nota bodembeheer Regio IJsselland

De bodemkwaliteitskaart zegt alleen iets over de diffuse bodemkwaliteit. Voor locaties waar de kwaliteit (vermoedelijk) afwijkt kan de kaart niet worden gebruikt als bewijsmiddel tenzij uit aanvullend onderzoek blijkt dat de kwaliteit overeenkomt met de ontgravingskaart. Dit zijn locaties: Waar een verdachte activiteit aanwezig is (geweest) waarvan de invloed op de bodemkwaliteit niet bekend is Locaties waar uit bodemonderzoek is gebleken dat de kwaliteit daadwerkelijk afwijkt van de gebiedskwaliteit en Locaties waar bij uitvoering van werkzaamheden bijmenging of andere verdachte kenmerken worden waargenomen Conform bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit dienen de uitgesloten locaties op kaart weergegeven te worden. Aangezien dit een dynamisch beeld is, is hiervan afgeweken. Voorbeelden van voornoemde typen locaties zijn: De Rijkswegen, inclusief bijbehorende wegbermen Overige wegen, exclusief de bijbehorende wegbermen Spoorgebonden gronden: spoorlijnen emplacementen, inclusief spoorbermen Voormalige stortplaatsen Locaties met, of die verdacht zijn voor (inclusief historisch bodembestand), een geval van ernstige bodemverontreiniging (voor wat betreft de ontgravingskaart) Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (voor wat betreft de ontgravingskaart) Waterbodems en buitendijks gebied/oppervlaktewaterlichamen (uitgezonderd de oevers en uiterwaarden van de Vecht) Locaties waar (vermoedelijk) sprake is van verontreinigde uiterwaardegronden, dichtgeslibde of gedempte meanders en sloten en bebouwde zones van de uiterwaardgronden Militaire oefenterreinen, militaire bebouwing en schietbanen Boerderij-erven in landelijk gebied Toepassingen met grond die van elders afkomstig is. Indien de grond destijds is toegepast op basis van de bodemkwaliteitskaart dan kan aan de hand van het vooronderzoek alsnog geconcludeerd worden dat de kaart gebruikt kan worden als bewijsmiddel Als locaties uitgesloten zijn van de kaart, dan dient een ander milieuhygiënische verklaring te worden gebruikt voor grondverzet tenzij uit aanvullend onderzoek blijkt dat de kwaliteit overeenkomt met de kwaliteit die de bodemkwaliteitskaart aangeeft. Door middel van het uitvoeren van een vooronderzoek volgens de NEN 5725, aanleiding F moet bepaald worden of een locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging als gevolg van puntbronnen of eerder aangetoonde verontreinigingen (subparagraaf 4.2.1). In deze gevallen geldt de bodemkwaliteitskaart namelijk niet.

Rechtspraak bij dit artikel