Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.3

Graven

Onderdeel van Nota bodembeheer Regio IJsselland

Indien uit vooronderzoek (subparagraaf 4.2.1) blijkt dat de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden als bewijsmiddel kan van de kwaliteitsklassen worden uitgegaan zoals opgenomen in tabel 2.2 en aangegeven op de ontgravingskaart in bijlage 3. In het stroomschema in figuur 5.2 zijn de stappen weergeven voor het ontgraven van grond. Aandachtspunt bij het graven in de bodem is dat grond met verschillende kwaliteitsklassen niet vermengd mag raken. Indien bij het graven bijvoorbeeld grond vrijkomt met kwaliteitsklasse Wonen en AW, dan dient deze grond in alle gevallen gescheiden te worden opgeslagen, afgevoerd en toegepast (tenzij technisch niet uitvoerbaar). Het graven in sterk verontreinigde grond is niet geregeld binnen deze Nota. Hiervoor geldt een ander kader, namelijk het saneringskader binnen de Wet bodembescherming. Graven in de bodem gaat vaak gepaard met tijdelijke opslag (paragraaf 5.4), afvoer van grond voor hergebruik (binnen het projectgebied of elders, paragraaf 5.5) of afvoer naar een erkende verwerker. Figuur 5.2 Stroomschema A voor graven in de bodem met uitzondering van sterk verontreinigde grond Indien de bodemkwaliteitskaart niet gebruikt kan worden, omdat de bodemkwaliteit mogelijk afwijkt van hetgeen de kaart aangeeft, dan dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. Dat kan een verkennend of nader onderzoek zijn maar indien hieruit blijkt dat de kwaliteit afwijkt van de kaart is alsnog een partijkeuring nodig om hergebruik mogelijk te maken. Melden Het graven in toepasbare grond (niet sterk verontreinigd) als werkzaamheid hoeft niet te worden gemeld bij meldpunt bodemkwaliteit. Tijdelijke opslag of toepassing wel tenzij het opslag betreft in het kader van tijdelijke uitname (zie subparagraaf 4.5.2).

Rechtspraak bij dit artikel