3.3.1 Opgenomen stoffen
De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen uit het standaardpakket conform NEN 5740:
Parameters standaardpakket: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK (10), PCB (som 7) en minerale olie
Naast het standaardpakket zijn meegenomen:
Arseen (voor zover analysegegevens aanwezig)
PFAS (poly- en perfluoralkylverbindingen, 28)
Tevens is er in het kassengebied De Koekoek te Kampen een data-analyse uitgevoerd met betrekking tot bestrijdingsmiddelen (OCB’s).
3.3.2 Onderbouwing bodemkwaliteitszones
Voor het standaardpakket is bepaald of er deelgebieden aan te wijzen zijn op basis van:
Onderscheidende kenmerken in bodemopbouw en geomorfologie
Ontwikkeling van het beheergebied
Functies in het gebied
Bekende diffuse verontreinigingen
Lintvormig diffuus belaste deelgebieden
Deze factoren kunnen invloed hebben op de (verwachte) verontreinigingen in het gebied en daarmee de indeling in zones.
Functies
De wijzigingen ten opzichte van de bodemfunctiekaart uit 2013 bestaan overwegend uit uitbreidingen met woningbouw in de steden en dorpskernen en plaatselijk uitbreiding van bedrijventerreinen. Ten zuiden van Kampen is bypass Het Reevediep aangelegd, een rivierarm van de IJssel naar het Drontermeer.
Bekende diffuse verontreinigingen
Arseen
In de regio IJsselland kunnen plaatselijk verhoogde arseengehalten voorkomen doordat in het verleden arseen houdend kwelwater is neergeslagen bij het in contact komen met zuurstofrijker water. Arseen komt van nature voor in gebieden waar veel ijzeroer in de grond aanwezig is, aangezien het hier goed aan bindt.
Asbest
In de regio komt asbest op meerdere locaties voor. Dit is grotendeels te relateren aan het gebruik van asbest in gebouwen. De verdenking op asbest is over het algemeen locatiegebonden en is daarmee geen diffuus probleem.
PFAS
Voor de regio IJsselland is in 2019 een aparte bodemkwaliteit kaart opgesteld voor PFAS. In de betreffende gemeenten komen locaties voor die verdacht worden op PFAS, zoals stortlocaties en industriële locaties (tapijtindustrie). Deze locaties bevinden zich voornamelijk in de dorps- en stadskernen van de gemeenten. Op deze locaties heeft vaak bedrijvigheid en nijverheid plaatsgevonden, waardoor ze ook verdacht kunnen zijn op verontreinigingen met andere stoffen.
OCB’s
In de gemeente Kampen is een groter kassengebied aanwezig ‘De Koekoek’. Door het (langdurig) kassengebruik wordt dit gebied als verdacht op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen beschouwd.
Bodemopbouw en geomorfologie
Informatie over de bodemopbouw van de betreffende gemeenten is te vinden op de BRO bodemkaart van Nederland6De BRO Bodemkaart is te bekijken op: https://www.broloket.nl/. Hieruit blijkt dat de bodemopbouw per gemeente varieert. Er komen poldervaaggronden, veengronden, beekeerdgronden en podzolgronden voor. Het verschil in bodemopbouw speelt met name in het buitengebied. De bodemopbouw ter plekke van bebouwd gebied is niet bekend en is vanwege de bebouwing waarschijnlijk ook beïnvloed.
Figuur 3.2 Bodemprofiel in de regio
Door de regio lopen onder andere de Overijsselse Vecht en de IJssel. Ook kent de regio de Archemer- en Lemelerberg (gemeente Ommen). Dit betekent dat er naast een variatie in bodemopbouw ook variatie aanwezig is in hoogteprofiel (zie figuur 3.3). De verwachting is dat dit geen invloed heeft op de bodemkwaliteit. Het is mogelijk wel van invloed op de grondwaterkwaliteit in verband met stromingsrichting en mogelijke aanvoer van (natuurlijk) voorkomende verontreinigingen.
Figuur 3.3 Hoogteprofiel in de regio (bron: AHN4)
Aangezien de bodemopbouw binnen de gemeenten sterke variatie vertoont en er weinig bekend is over de bodemopbouw van de stads- en dorpskernen, is er geen aanleiding om op basis van de bodemopbouw verschillende deelgebieden aan te wijzen.
Ontwikkeling van het beheergebied
In bijlage 9 is per gemeente kort toegelicht hoe de steden, dorpen en buurtschappen zich door de tijd hebben ontwikkeld. Hier is een beknopte samenvatting gegeven. De ontwikkeling van het beheergebied is van belang omdat het een indicatie kan geven van de te verwachte bodemkwaliteit. Hierbij speelt bijvoorbeeld de ouderdom van bebouwing mee. Oudere kernen hebben vaak een slechtere kwaliteit. De regio kent een aantal Hanzesteden waaronder Deventer, Kampen en Hasselt. Deze Hanzesteden zijn ontstaan in de middeleeuwen, waardoor deze kernen door het oud stedelijk intensief en diverse bodemgebruik diffuus verontreinigd zijn geraakt.
Alle kernen van voornamelijk de grotere steden en dorpen zijn in de loop van de tijd gegroeid. De grootste groei is te zien sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw.
Ten zuiden van Kampen is recentelijk een nieuwe zijtak van de IJssel gerealiseerd die de IJssel met het Drontermeer verbindt. Een deel van de gemeente Kampen is hiermee onder het beheer van het waterschap en Rijkswaterstaat gekomen.
Lintvorming diffuus belaste gebieden
In de regio IJsselland zijn meerdere lintvormige diffuus belaste gebieden aanwezig, namelijk de Rijkswegen, de provinciale wegen, de gemeentelijke wegen en de spoorwegen.
Alle bermen van (spoor)wegen zijn verdacht op meerdere parameters en voornamelijk de zware metalen en PAK. De Rijkswegen, de provinciale wegen en spoorwegen zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Vanwege verschil in verkeersintensiteit wordt een kwaliteitsverschil verwacht bij de gemeentelijke wegen ten opzichte van de provinciale wegen en de gemeentelijke hoofdwegen. De gemeentelijke hoofdwegen zijn als deelgebied opgenomen. Overige wegen zijn onderdeel van de zone waarin zij gelegen zijn.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Bodemkwaliteitszones en opgenomen stoffen
Onderdeel van Technische rapportage bodemkwaliteitskaart regio IJsselland 2023