Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.6

Dataverzameling en uitgevoerde werkzaamheden

Onderdeel van Technische rapportage bodemkwaliteitskaart regio IJsselland 2023

In deze paragraaf is aangegeven welke informatie (data) is aangeleverd en welke bewerkingen daarop zijn uitgevoerd (subparagraaf 3.6.1 en 3.6.2). Vervolgens zijn de bevindingen besproken per reeds bestaand deelgebied (paragraaf 4.2). Dit met uitzondering van de gemeente Zwolle aangezien deze bodemkwaliteitskaart reeds actueel is (zie paragraaf 1.1). 3.6.1 Aangeleverde data Door de Omgevingsdienst IJsselland is alle beschikbare bodeminformatie uit het BIS aangeleverd in XML-format (versie 14). De informatie is over meerdere bestanden aangeleverd wegens een limiet aan de toegestane bestandsgrootte. De begrenzingen van de huidige homogene deelgebieden zijn aangeleverd in GIS-bestanden. 3.6.2 Databewerking De dataset aangeleverd uit het BIS telde in zijn totaliteit circa 4,20 miljoen waarneming (1 record bevat 1 parameter van 1 geanalyseerd monster). De dataset is vervolgens bewerkt om enkel de relevante waarneming te behouden voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart. De volgende bewerkingen zijn uitgevoerd om de relevante dataset te bewerkstelligen: Verwijdering van ongeldige waarneming vanuit de XML. Dit kan diverse redenen hebben gehad. Een voorbeeld hiervan is het niet kunnen vinden van x-y coördinaten bij een betreffende boring. Bij deze handeling zijn circa 75.000 waarneming verwijderd uit de dataset Alleen relevante rapport type zijn meegenomen in het onderzoek. Rapporten die niet onder de volgende onderzoeken vallen zijn niet meegenomen in het onderzoek: Indicatief onderzoek Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Oriënterend bodemonderzoek Briefrapport Aanvullend rapport Nul- of eindsituatieonderzoek Asbestonderzoek conform NEN 5707 (in combinatie met verkennend onderzoek) Bij deze handeling zijn circa 1,16 miljoen waarneming verwijderd uit de dataset Enkel data van de afgelopen 10 jaar is relevant bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart. Derhalve is alle data van voor 1 januari 2014 uit de dataset verwijderd. Tevens is data die zich buiten de reeds bekende deelgebieden bevond verwijderd uit de dataset (bijvoorbeeld data uit de gemeente Zwolle). Ook zijn alleen de stoffen meegenomen uit die relevant zijn voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart. Alle stoffen buiten het standaardpakketbodem, arseen en de relevante PFAS-parameters zijn verwijderd uit de dataset. Met de bovenstaande bewerkingen zijn circa 2,58 miljoen waarneming uit de dataset verwijderd Enkele relevante parameters stonden onder 2 acroniemen in de dataset. Na analyse van de hoeveelheden relevant overgebleven parameters bleek 1 van de 2 acroniemen altijd sporadisch voor te komen. De sporadisch voorkomende acroniemen zijn verwijderd uit de dataset. Met deze handeling zijn enkele tientallen waarneming uit de dataset verwijderd. Dit aantal was niet relevant ten opzichte van de gehele dataset Boringen zijn alleen meegenomen als ze binnen het dieptetraject van het onderzoek vielen (0 2,0 m -mv). Boringen zonder diepte zijn niet meegenomen in de analyse. Bij deze handeling zijn circa 150 waarnemingen uit de dataset verwijderd. In de gevallen dat het diepte traject van een mengmonster ontbrak, maar diepte trajecten van individuele boringen wel bekend waren, is het totale dieptetraject vastgesteld. Het totale dieptetraject is afgeleid door de minimale en maximale diepte van alle veldmonsters binnen het mengmonster te bepalen Alle gegevens zijn bekend op boorpuntniveau. Als er een mengmonster is samengesteld, dan komen de analyseresultaten van dit mengmonster daardoor meerdere keren terug in de dataset. Dit levert dubbelingen op in de dataset, aangezien elk mengmonster maar als 1 waarneming mag tellen. Alle dubbelingen zijn dan ook verwijderd uit de dataset. Bij deze handeling zijn circa 237.000 waarneming verwijderd De statistische data van de afgelopen 5 jaar (2018-2023) van het standaardpakket en arseen zijn vergeleken met de data van de voorlopende 4 jaren (2014-2017) om verschillen in bodemkwaliteit te analyseren. Tevens is er een statistische analyse uitgevoerd op de PFAS-data. Derhalve kan de overgebleven data worden opgedeeld in 3 groepen, namelijk: Standaardpakket + arseen data van 2014-2018 (circa 47.000 waarnemingen) Standaardpakket + arseen data van 2018-2023 (circa 85.000 waarnemingen) PFAS-data 2019-2023 (circa 3.800 waarnemingen) Van de overgebleven waarnemingen ontbraken er circa 20.000 lutum- en humuswaarden. Deze waarden zijn aangevuld door het gemiddelde humus en lutum gehalte van de zone te berekenen passen en te gebruiken voor het toetsen van deze waarnemingen. Dit brengt onnauwkeurigheid met zich mee maar geeft de beste schatting. De kans was aanwezig dat er anders voor veel zones niet genoeg waarnemingen zouden zijn. Tevens is er een aparte analyse gemaakt op het voorkomen van OCB’s (bestrijdingsmiddelen) binnen het verdachte gebied van het kassengebied De Koekoek te Kampen. Binnen deze locatie zijn na verwijdering van mengmonsters 160 waarnemingen van OCB’s parameters gevonden van 2014 tot heden. Op basis van de overgebleven gegevens zijn statistische kengetallen afgeleid. Voor het berekenen van de statistische kentallen zijn de rekenregels volgens BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice) toegepast. 3.6.3 Constateringen databewerking De volgende constateringen zijn van belang en hebben invloed op het beeld van de kwaliteit van een zone: De vergeleken datasets van 2014-2018 en 2019-2023 voor het standaardpakket plus arseen zijn met elkaar vergeleken. Er zijn in de ruimtelijke spreiding van de gegevens geen significante verschillen waargenomen. Derhalve zijn de datasets samengevoegd en is er een analyse uitgevoerd op de data van 2014 tot en 2023 voor het standaardpakket plus arseen. Door deze samenvatting is er meer data beschikbaar per deelgebied en is er derhalve een sterkere statistische onderbouwing voor het vaststellen van de bodemkwaliteit per deelgebied Het aantal waarnemingen voor de verscheidene PFAS-parameters bleek beperkt per deelgebied. Om te voldoen aan de benodigde waarnemingen is de bovengrond opgedeeld in 2 zones (bebouwd gebied en buiten gebied) en is de ondergrond samengevoegd tot 1 zone. Desondanks bleek de ondergrond voor een deel van de PFAS-28-parameters nog steeds niet de benodigde hoeveelheden waarnemingen te bevatten (n < 20). Tevens werd geconstateerd dat de PFAS-data uit het BIS niet de PFAS-gegevens bevatte die zijn gebruik voor analyse van de opgestelde PFAS BKK (Bodemkwaliteitskaart PFAS Regio IJsselland, versie 2019, TAUW, kenmerk R001-1272549EVF-V1-srb-NL, d.d. 19 november 2019). Om het aantal waarnemingen te verhogen is de ondergrond voor PFAS van 0,5-4,0 m -mv geanalyseerd in tegenstelling tot 0,5-2,0 m -mv Voor het kassengebied Koekoek te Kampen is op verzoek de data van de OCB’s beschouwd. Er zit 1 recent onderzoek (na 2014) in de huidige dataset en dat is onvoldoende om het gebied onverdacht op OCB’s te verklaren. Op basis van het (voormalig) gebruik zal hier waarschijnlijk bij grondverzet aanvullend onderzoek (naar OCB’s) dienen plaats te vinden Voor 1 juli 2014 werden de gemeten gehalten getoetst aan een omgerekende norm op basis van de gemiddelde gehalten aan lutum en organische stof per zone. Sinds de inwerkingtreding van BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice) per 1 juli 2014 dienen de individuele gemeten gehalten te worden omgerekend en worden deze getoetst aan de normen voor standaardbodem. Hoewel dit voor de classificatie geen invloed heeft zijn de absolute getallen in de tabellen wel anders waardoor het een op een vergelijken van absolute getallen niet mogelijk is. De vergelijking wordt daarom gedaan op basis van een ‘expertinterpretatie’ zoals: bij welke percentielwaarde verandert de classificatie, lopen getallen wel of niet geleidelijk op De statistische kentallen worden beïnvloed door parameters die niet zijn aangetroffen of gehalten hebben lager dan de rapportagegrens, en waarvan de monsters een laag gehalte aan organische stof en lutum hebben. Bijvoorbeeld een monster met een gehalte olie < 50 mg/kg d.s. wordt bij een humusgehalte van 2 % meegenomen als een gehalte van 175 mg/kg d.s.: de rapportagegrens maal de correctiefactor van 0,7 maal humus van standaardbodem (10 %) gedeeld door het gemeten gehalte humus (50 x 0,7 x 10/2 = 175). Aangezien de maximale waarde voor Wonen 190 is drukken deze niet aangetroffen gehalten relatief zwaar omdat de gehalten aan humus (zeker in bebouwd gebied) veelal lager zijn dan 10 % Raalte Naast voornoemde constateringen zijn er voor Raalte geen aanvullende constateringen gedaan. Deventer Volgens de aangeleverde gegevens zijn er 2 zones voor de zone ‘Industrie (na 1945)’ waar dezelfde zone mee bedoeld wordt. Vanwege een verschil in interpunctie (spatie minder) werden deze als separate zones gezien. Deze zones zijn ten behoeve van de data-analyse samengevoegd. Regio IJsselland (overige gemeenten) Van een aantal zones waren er minder PAK en PCB gegevens beschikbaar in vergelijking met de overige parameters. Dit is met name het geval in het deelgebied van de Kamper binnenstad, waar in slechts circa 15 % van de boringen PAK en PCB zijn opgenomen. Dit komt vermoedelijk doordat alleen een waarde voor de somparameter ingevuld is. Bij de export van gegevens in XML format wordt informatie over de somparameter namelijk niet meegenomen. Alleen de informatie van de individuele parameters wordt meegenomen. Samenvoeging zones Tijdens de analyse bleek dat deelgebieden konden worden samengevoegd in homogene zones op basis van bodemkwaliteit en heterogeniteit van de bodem. Voor de reproduceerbaarheid is in tabel 4.1 aangegeven wat de verschillen zijn. Voor de vergelijking is de indeling van deelgebieden gehanteerd zoals aangeleverd door de omgevingsdienst uit het BIS databestand.

Rechtspraak bij dit artikel