De rechten als bedoeld in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden niet geheven voor het:
op rechterlijk gezag lichten van een stoffelijk overschot, de overblijfselen van een overledene of van een asbus;
begraven van een doodgeboren kind of van een kort na de geboorte overleden zuigeling die, gelijktijdig met de in het kraambed overleden moeder, in één kist wordt begraven.
Artikel 4.
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de begraafplaatsrechten 2024