1. De doelgroep voor sociale huurwoningen zijn huishoudens met een huishoudinkomen niet hoger dan de DAEB-inkomensgrens.
2. De doelgroep voor middeldure huurwoningen zijn huishoudens met een huishoudinkomen van maximaal 1,5 keer de DAEB-inkomensgrens. Het college van burgemeester en wethouders kan dit norminkomen jaarlijks aanpassen.
3. De doelgroep voor sociale koopwoningen in het:
a. hoge segment bestaat uit bestaat uit huishoudens met een huishoudinkomen tot 2 keer de DAEB-inkomensgrens. Het college van burgemeester en wethouders kan dit norminkomen jaarlijks aanpassen.
b. lage segment bestaat uit huishoudens met een huishoudinkomen tot maximaal 1,5 keer de DAEB-inkomensgrens. Het college van burgemeester en wethouders kan dit norminkomen jaarlijks aanpassen.
4. De doelgroep voor Woonzorgvoorzieningen in de sociale huurwoningen of middeldure huurwoningen zijn die huishoudens die gelet op hun specifieke kenmerken, zoals leeftijd of zorgbehoefte, zoals benoemd in het bestemmingsplan, aangewezen zijn op die specifieke woonzorgvoorziening.