Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 1.

Begrippenkader

Onderdeel van Treasurystatuut 2024

In dit statuut wordt verstaan onder: - Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen reële producten zijn zoals grondstoffen, maar ook financiële producten, zoals leningen, obligaties of andere effecten. Derivaten worden onder andere gebruikt om rente- en valutarisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. - Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. - Financiële onderneming Een onderneming die in een lidstaat het bedrijf van bank mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden, of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen. - Garantieproduct Beleggingsvorm waarbij de hoofdsom van de belegde middelen per het einde van het contract gegarandeerd wordt. Eventueel kan een bepaald minimumrendement gegarandeerd worden. Door een deel van de middelen te beleggen, wordt geprobeerd om extra rendement te behalen uit bijvoorbeeld koerswinsten. - Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de gemeente zelf als tussen de gemeente en derden (betalingsverkeer). - Interne financiering Financiering van de vermogensbehoefte door het aanwenden van geldmiddelen die reeds in de organisatie aanwezig zijn. - Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. - Koersrisico Het risico dat de financiële activa in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. - Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. - Liquiditeitenbeheer Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. - Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid. - Liquiditeitsrisico (intern) De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. - Medium Term Note Verhandelbare schuldbekentenis aan toonder, met een minimumlooptijd van twee jaar en een minimum omvang van nominaal ongeveer EUR 0,5 miljoen. Maakt onderdeel uit van een medium term note programma en wordt veelal uitgegeven door een bank. - Obligatie Verhandelbare schuldbekentenis als onderdeel van een obligatielening, uitgegeven door een overheid of een bedrijf. - Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier; in het kader van dit statuut worden drie bedrijven onderscheiden die ratings toekennen, nl. Moody’s, Standard & Poors (SP) en Fitch IBCA. De laatste twee kennen dezelfde coderingen, Moody’s kent een enigszins afwijkende codering. In het kader van het treasurystatuut worden de langetermijnkwalificaties gehanteerd, dat zijn: Aaa (Moody’s) of AAA (SP en Fitch): extreem kredietwaardig. Aa (Moody’s) of AA (SP en Fitch): zeer kredietwaardig, veiligheidsmarge echter niet zo groot als bij de AAA -categorie. Aa- (zowel Moody’s als SP als Fitch): zeer kredietwaardig; veiligheidsmarge minder groot dan bij een AA –categorie. Voor een prudente uitzetting is minimaal de AA- rating vereist. - Rentecompensatiecircuit Het samentellen van de (valutaire) saldi van meerdere rekeningen die bij een bank worden aangehouden ten behoeve van de renteberekening. - Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. - Renterisiconorm Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van het begrotingstotaal van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden. - Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding. - Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling. - Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. - Solvabiliteit De mate waarin een organisatie op de lange termijn aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. - Solvabiliteitsratio van 0% Status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Unie aan (schuldpapier van) een instelling kan worden toegekend. - Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. - Treasurer De medewerker van Belastingen & Financial Planning & Control (hierna: B&FPC) die is belast met de uitvoer van de treasuryfunctie. - Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

Rechtspraak bij dit artikel