Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
Liquiditeiten worden zoveel mogelijk geconcentreerd binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities op een bepaald moment.
Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kunnen kortlopende middelen worden aangetrokken. Hierbij wordt de kasgeldlimiet niet overschreden.
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldlening en kredietlimiet op rekening courant.
Het uitzetten van middelen wordt uitsluitend gedaan onder de in artikel 5 en 6 genoemde voorwaarden.
Alvorens middelen worden aangetrokken, wordt bij ten minste drie financiële ondernemingen een offerte aangevraagd.