**1..** Het college informeert de raad gedurende het jaar door middel van tussentijdse (bestuurs)rapportages over de verwachte realisatie van de begroting van de gemeente.
**2..** Het college presenteert gedurende het jaar de volgende rapportages:
De eerste kwartaalbegrotingswijziging over de eerste twee maanden;
De tweede kwartaalbegrotingswijziging over de eerste vijf maanden;
De septemberrapportage over het eerste halfjaar, waarin op hoofdlijnen per programma de voortgang van de vastgestelde activiteiten wordt weergegeven en de belangrijkste beleidsmatige afwijkingen worden vermeld en toegelicht;
De derde kwartaalbegrotingswijziging over de eerste acht maanden;
De vierde kwartaalbegrotingswijziging over de eerste negen maanden als onderdeel van de decemberrapportage.
De decemberrapportage waarin het volgende wordt opgenomen:
Een voorstel tot overheveling van beschikbaar gestelde investeringskredieten en specifieke budgetten naar het volgend begrotingsjaar met inachtneming van de ijsvogelmethode;
Een voorstel tot revideren van specifieke budgetten;
En de vierde kwartaalbegrotingswijziging.
**3..** De raad stelt de in lid 2 genoemde rapportages vast binnen twee maanden nadat deze rapportages zijn aangeboden, waarbij de decemberrapportage vóór het einde van het betreffende begrotingsjaar dient te worden vastgesteld. In de decemberrapportage is de informatie verwerkt die bekend is tot de derde week van oktober van het begrotingsjaar.
**4..** Het college doet een separaat voorstel aan de raad bij:
Afwijkingen van de begroting die verband houden met nieuw beleid en een financieel effect hebben van groter dan € 100.000;
Niet begrote investeringen en specifieke budgetten groter dan € 100.000;
Politiek en of maatschappelijk gevoelige onderwerpen;
Het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen;
Het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties, anders dan vastgesteld in de nota geldleningen en garantstellingen en het Treasurystatuut.
**5..** Een begrotingsafwijking is door de raad geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage vóór het einde van het betreffende begrotingsjaar. Onder tussentijdse rapportage wordt zowel de september-, decemberrapportage als de vier kwartaalbegrotingswijzigingen bedoeld.
**6..** Het minimumbedrag voor een overheveling van investeringen en specifieke budgetten naar het volgende begrotingsjaar bedraagt € 5.000.