De regeling wordt tussentijds opgeheven, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden.
Indien de regeling tussentijds wordt opgeheven, of indien de samenwerking wordt beëindigd met ingang van 1 januari 2028 regelt de centrumgemeente in overleg met de gemeenten de financiële gevolgen van de opheffing of beëindiging in een opheffingsplan ofwel een liquidatieplan.
De centrumgemeente registreert de werkelijke kosten die zij per jaar maakt voor het te herplaatsen personeel en declareert deze bij de gemeenten.
Volgens de verdeelsleutel worden de kosten verdeeld over de gemeenten.
Het is in ieders belang de opheffingskosten of liquidatiekosten zo laag mogelijk te houden en er wordt afgesproken dat iedere gemeente een bijdrage levert aan het te herplaatsen personeel dat ingezet wordt voor uitvoering van deze regeling.
Op de tussentijdse opheffing van deze regeling is artikel 26, eerste lid, van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4
Artikel 22
Tussentijdse opheffing en beëindiging
Onderdeel van Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant 2024