Klasse A, nieuw afwaterend verhard oppervlak kleiner dan 50 m2
De ontwikkelende partij voldoet aan de algemene zorgplicht hemelwater.
Klasse B, nieuw afwaterend verhard oppervlak groter of gelijk aan 50 m2 en kleiner dan 500 m2
De ontwikkelende partij:
Voldoet aan de algemene zorgplicht hemelwater;
Brengt overeenkomstig de categorie werkzaamheden de benodigde hoeveelheid waterberging volgens tabel 2.3.2 aan in het te ontwikkelen plangebied;
Infiltreert zoveel mogelijk hemelwater in de bodem waar dit kan;
Geeft aan hoe bij extreme neerslag de kans op wateroverlast wordt beperkt, zoals een slimme keuze van het vloerpeil;
Maakt bij voorkeur gebruik van bovengrondse watervoorzieningen;
Legt op basis van beschikbare (geo)hydrologische gegevens vast dat wordt voldaan aan de gestelde eisen voor waterberging en hemelwaterinfiltratie;
Toets of een aanlegvergunning conform hoofdstuk 3 nodig is.
Maakt een melding van de voorgenomen activiteit bij gemeente Breda.
Klasse C, nieuw afwaterend verhard oppervlak groter of gelijk aan 500 m2 en kleiner dan 10.000 m2
De ontwikkelende partij:
Voldoet aan de algemene zorgplicht hemelwater;
Brengt overeenkomstig de categorie werkzaamheden de benodigde hoeveelheid waterberging volgens tabel 2.3.2 aan in het te ontwikkelen plangebied;
Maakt bij voorkeur gebruik van bovengrondse watervoorzieningen;
Verdeelt het afwaterend verhard oppervlak evenredig over de watervoorzieningen op basis van inhoud van de voorzieningen;
Infiltreert zoveel mogelijk hemelwater in de bodem waar dit kan;
Onderzoekt de kwetsbaarheid bij extreme buien;
Stelt een waterhuishoudkundig plan op en voert het daartoe benodigde bodemkundig hydrologisch onderzoek (overeenkomstig de randvoorwaarden van de gemeente inclusief doorlatendheidsproeven ter plaatse van de toekomstige voorzieningen);
Toets of een aanlegvergunning conform hoofdstuk 3 nodig is.
Vraagt een vergunning van de voorgenomen activiteit aan bij gemeente Breda.
Bespreekt in een maatwerkoverleg met de adviseur stedelijk water van de afdeling Wijkzaken van de gemeente Breda en de gebiedsadviseur van waterschap Brabantse Delta:
het waterhuishoudkundig plan;
het vloerpeil in relatie tot extreme neerslag;
afwijking van de beleidsregel indien hier aantoonbaar niet aan kan worden voldaan;
aanvullende eisen in kwetsbare gebieden wateroverlast
afstemming over de toe te passen technieken.
Als kwetsbare gebieden wateroverlast zijn de ongebouwde gebieden rondom Bavel en Prinsenbeek aangeduid. In deze kwetsbare gebieden wateroverlast geldt een hogere waterbergingsnorm.
In het ongebouwde gebied rondom Bavel geldt een norm van 94 mm;
In het ongebouwde gebied rondom Prinsenbeek geldt een norm van 78 mm;
Een waterhuishoudkundig plan is een plan dat ingaat op de huidige waterhuishouding en op de lokale geohydrologische (on)mogelijkheden. Het plan geeft invulling aan de zorgplichten voor grond-, regen-, oppervlakte- en afvalwater en geeft de toekomstige waterhuishoudkundige inrichting. Het plan komt tot stand in goed overleg met de initiatiefnemer, de gemeente, de waterbeheerder en eventuele andere betrokken partijen.
Klasse D, nieuw afwaterend verhard oppervlak groter dan 10.000 m2
Bij plannen met een nieuw afwaterend verhard oppervlak groter dan 1 ha dient aanvullend op de beleidsregel voor klasse C de waterberging die vereist is over de toename van het verhard oppervlak (categorie III D) bovengronds te worden gerealiseerd. Voor dit deel van de waterberging dient een robuust, bovengronds en zichtbaar systeem [waterbergende groene daken, wadi’s, laagtes in groen, vijvers en sloten] te worden aangelegd waar een verhard oppervlak gelijk aan of meer dan de toename van het verhard oppervlak op afvoert.
Alleen voor deze klasse is een kortingsregeling van kracht voor vernieuwd verhard oppervlak (categorie II D). Deze wordt in het maatwerkoverleg besproken en bestaat er uit dat de opgave van 40 mm verlaagd kan worden tot 20 mm in geval van een duurzame invulling van het plan, buiten de kwetsbare gebieden wateroverlast. Een duurzame invulling bestaat bijvoorbeeld uit noemenswaardige vermindering van verhard oppervlak, afkoppelen van de verharding van het riool en/of bovengrondse bergingsvoorzieningen zoals vijvers en sloten, wadi’s en waterbergende groene daken.
De ontwikkelende partij toont de werking van het systeem aan met een modellering bij normale en extreme neerslag en legt dit vast in een waterhuishoudingsplan.
Voorbeeldberekening
Stel een plangebied heeft in de huidige situatie 7.000 m2 en in de nieuwe 15.000 m2. De opgave voor het vernieuwd oppervlak is dan 7.000 m2 * 40 mm = 280 m3 en voor de toename 8.000 m2 * 60 mm = 480 m3.
Er kan maximaal 7.000 m2 * 20 mm = 140 m3 korting verkregen worden bij een duurzame invulling. Er moet minimaal 480 m3 in bovengrondse voorzieningen gerealiseerd worden voor de toename.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Toelichting op de wateropgave
Onderdeel van Beleidsregels Groen en Water 2023