Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Groenopgave

Onderdeel van Beleidsregels Groen en Water 2023

De vergroening draagt bij aan klimaatbestendige en gezonde wijken en dorpen. Vanwege de haalbaarheid en praktische uitvoerbaarheid is het percentage gedifferentieerd per type bebouwing. De ontwikkelende partij: Voldoet bij een (her)ontwikkeling aan de Bredase Groen & Parknorm zoals opgenomen in het Groenkompas Breda. Volgens deze norm gelden voor elke (her)ontwikkeling in de bebouwde kom de volgende minimale percentages van het als openbaar groen in te richten oppervlak: grondgebonden woningen; 20% gestapelde woningen; 35% nieuwbouw op bedrijventerrein; 10% 4.2.1 Toelichting op de groenopgave in woongebieden Regels voor ontwikkelingen binnen het stedelijk gebied van Breda Onder een ontwikkeling wordt een bouwproject van tenminste vijf woningen binnen bestaand stedelijk gebied verstaan. Gebieden of gebouwen die een cultuurhistorische bescherming kennen zoals beschermd stadsgezicht of gemeentelijk dan wel Rijksmonument vergen een andere afweging. Waar de biodiversiteitsbelangen hier strijdig zijn met het erfgoedbeleid wordt naar maatwerk gezocht. Algemeen Minimaal 10% van de gevel is groen door begroeiing met klimplanten of andersoortige gevelbeplanting. Bewoners krijgen de voorlichtingsfolder De natuur als goede buur (digitaal dan wel analoog). Voortuinen worden voorzien van groene erfscheidingen, dit kunnen bijvoorbeeld strak gesnoeide meidoorn- of ligusterheggen zijn maar ook met klimop, klimrozen of andere klimplanten volledig (80%) bedekte hekwerken. Gezonde volwassen inheemse bomen in het plangebied worden in beginsel gehandhaafd. Oppervlakte groen binnen ontwikkelingen Grondgebonden woningen: Minimaal 20% van het plangebied wordt als (semi-)openbaar, voor aanpalende bewoners toegankelijk en zoveel mogelijk aaneengesloten groen ingericht. Hiervan wordt de helft ingericht als biodiverse openbare ruimte. Niet grondgebonden woningen: Minimaal 35% van het plangebied wordt als (semi)openbaar, voor aanpalende bewoners toegankelijk en zoveel mogelijk aaneengesloten groen ingericht. Hiervan wordt de helft ingericht als biodiverse openbare ruimte. Niet-toegankelijke groene daken (bijvoorbeeld met zonnepanelen) mogen voor 20% worden meegeteld bij het vereiste groenoppervlak. (Semi-)openbare groene daken mogen voor 100% worden meegeteld. In het Centrum, zoals aangeduid op figuur 1 , tellen groene gevels voor 100% mee. Door de verhouding tussen het aantal grondgebonden en niet-grondgebonden woningen te bepalen kan het percentage vereiste groene openbare ruimte worden berekend: Y grondgebonden woningen en Z gestapelde woningen: (Yx20% + Zx35%) / (Y+Z) Een groen dak is een dak met dakbedekking waarop een laag is aangebracht die hoofdzakelijk bestaat uit substraat met levende planten waardoor de dakbedekking water bergt en vertraagd afvoert. Onder kruidenrijke daken worden groene daken of parkeerdekken verstaan met daarop een substraat van minimaal 15 cm dik waar lokale/inheemse vegetatie op groeit (die bestaat uit kruiden, grassen en/of bloemen) en die tevens een hemelwater bergen en vertraagd afvoeren. 4.2.2 Toelichting op de groenopgave in bedrijventerreinen Verplichtingen voor nieuwbouw op bedrijventerreinen Minimaal 20% van de gevel van de bedrijfsgebouwen is groen door begroeiing met klimplanten of andersoortige gevelbeplanting. Hekwerken en andere erfafscheidingen aan de voorzijde zijn begroeid met klimplanten of voorzien van strak gesnoeide heggen bestaande uit meidoorn, vuurdoorn, liguster of veldesdoorn. Ook een haagbegroeiing bestaande uit inheemse struiken voldoet. Parkeerterreinen voor personeel en gasten zijn half verhard (tenzij krachtens milieuwetgeving verharding vereist is). Volwassen inheemse bomen in het plangebied worden waar mogelijk gehandhaafd. Minimaal 10% van een te ontwikkelen bedrijfskavel vanaf 1,0 ha is groen. Groene daken (eventueel met zonnepanelen) mogen voor 20% worden meegeteld bij het vereiste groenoppervlak.

Rechtspraak bij dit artikel