Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Uitvoering van het onderzoek en rapportage

Onderdeel van Verordening gemeentelijke rekenkamer Altena 2024

1.. De rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2.. De rekenkamer beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. De rekenkamer betrekt een vertegenwoordiging van de raad bij het onderzoek. 3.. De rekenkamer is bevoegd van het gemeentebestuur de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht. Het gemeentebestuur is verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamer gestelde termijn te verstrekken. 4.. De rekenkamer is bevoegd (artikel 184 Gemeentewet) alle documenten die berusten bij besturen en/of directies van gemeenschappelijke regelingen en instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd, te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht. 5.. De rekenkamer vergadert in beslotenheid, haar rapporten en verslagen zijn ingevolge artikel 185 lid 6 van de Gemeentewet openbaar. De rekenkamer legt haar bevindingen en oordeel vast in rapporten, met dien verstande dat hierin geen gegevens en bevindingen worden opgenomen die naar hun aard vertrouwelijk zijn. 6.. De rekenkamer stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de rekenkamer kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamer bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 7.. Na deze ambtelijke hoor en wederhoor zoals bedoeld in lid 6 formuleert de rekenkamer haar conclusies en aanbevelingen. 8.. De rekenkamer stelt de betrokken bestuursorganen en – indien van toepassing – de betrokken instellingen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken en ten hoogste vier weken bedraagt, hun zienswijze op het onderzoek en de (concept)nota aan de rekenkamer kenbaar te maken. 9.. Na vaststelling door de rekenkamer wordt het onderzoeksrapport zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden. De raad vergadert in openbaarheid over de conclusies en aanbevelingen, tenzij de raad anders besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel