Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 9.

Onderzoeksopdracht

Onderdeel van Verordening rekenkamer Limburg Centraal 2024

1.. Jaarlijks op 1 november biedt de rekenkamer een jaarplan met begroting voor het volgende jaar ter kennisgeving aan de gemeenteraden aan, nadat deze voor wat betreft planning en tijdsbesteding zijn afgestemd met de betreffende organen/instellingen. In het jaarplan is in ieder geval opgenomen welke onderzoeken de rekenkamer overweegt op te pakken, voorzien van een evenwichtige verdeling van te plegen onderzoeken in de deelnemende gemeenten. 2.. De volgende criteria worden door de rekenkamer gehanteerd bij de selectie van de te onderzoeken onderwerpen: het onderzoek moet te maken hebben met doelmatigheid of doeltreffendheid van het beleid en/of de rechtmatigheid van het gemeentebestuur en de bij wet genoemde instellingen; er moet sprake zijn van substantieel belang; het moet door de gemeente(n) te beïnvloeden beleid betreffen; in de opvolgende onderzoeken dient sprake te zijn van een evenwichtige spreiding over gemeentelijke beleidsterreinen. 3.. Ten behoeve van het in het eerste lid genoemde jaarplan worden de gemeenteraden tijdig in de gelegenheid gesteld tot het doen van suggesties t.b.v. onderzoeken. 4.. Gemotiveerde verzoeken tot het verrichten van een onderzoek kunnen worden gedaan door de gemeenteraad van de deelnemende gemeenten zowel gezamenlijk als afzonderlijk. 5.. De rekenkamer informeert de gemeenteraden over wat er met het verzoek wordt gedaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren. 6.. Voordat met een onderzoek wordt gestart stelt de rekenkamer een onderzoeksopzet op, die ter kennisgeving wordt voorgelegd aan de betreffende raad/raden. 7.. In de onderzoeksopzet wordt in ieder geval opgenomen: de afbakening van het onderzoeksterrein; de formulering van de onderzoeksvraag; de eventuele randvoorwaarden bij de uitvoering van het onderzoek; de planning van het onderzoek; de begroting. 8.. De rekenkamer beslist welke onderwerpen worden onderzocht en op welke wijze. 9.. De rekenkamer is bevoegd bij de gemeentelijke bestuursorganen van de deelnemende gemeenten en bij de bij wet genoemde instellingen inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. 10.. De gemeentelijke bestuursorganen dan wel de bij wet genoemde instellingen, verstrekken desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer ter vervulling van haar taak nodig acht. 11.. De rekenkamer kan zich, met in achtneming van het beschikbare budget, laten bijstaan door deskundigen en/of onderzoeksbureaus inhuren.

Rechtspraak bij dit artikel