De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan in de volgende gevallen:
Het toevoegen en/of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben;
Het verwerken van kaderstellend beleid waarover na inwerkingtreding van onderhevige regeling door de gemeenteraad is besloten, indien de gemeenteraad bij vaststelling van dat beleid akkoord is gegaan met uitwerking van dat beleid door het college;
Het opnemen van verleende omgevingsvergunningen in het omgevingsplan;
Het wijzigen van het omgevingsplan in verband met aanvragen omgevingsvergunningen die in strijd zijn met het omgevingsplan, waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden, maar die niet zijn opgenomen in het besluit tot aanwijzing van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvoor de raad als adviseur, zoals bedoeld in artikel 16.15, eerste lid onder b van de Omgevingswet wordt aangewezen en het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Alblasserdam houdende het recht om gevallen aan te wijzen waarvoor de uitgebreide procedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht) van toepassing is;
Het aanpassen van informatieproducten van het omgevingsplan;
Het actualiseren/aanpassen van het omgevingsplan aan veranderende wet- en regelgeving en beleidsnormen voor zover hier geen beleidsvrijheid meer is toegekend;
Het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefoutjes in het omgevingsplan;
Het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten;
Het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan;
Het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels.
Artikel 1
Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan
Onderdeel van Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Alblasserdam