Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11 › Paragraaf 11.8

Artikel 11.8.3

Fietsvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2024

Een fietsvoorziening (al dan niet met hulpmotor) kan primair gericht zijn op het oplossen van de beperkingen in de mobiliteit en secundair op het verbeteren van conditie (gezondheid). In zo’n situatie mag het college de aanvraag niet afwijzen op de grond dat (ook) een medisch doel wordt gediend (CRVB:2021:1595). Zie 2.12 Bevorderen gezondheid van deze beleidsregels. Het college zal tijdens het onderzoek beoordelen of de cliënt voor de beperkingen in zijn zelfredzaamheid en/of deelname aan het maatschappelijk verkeer is aangewezen op een elektrische fiets. Kort gezegd: wat zijn de beperkingen in de (te wensen) activiteiten en draagt een elektrische fiets bij aan het opheffen of verminderen daarvan? Is dat het geval, dan beoordeelt het college of de elektrische fiets als algemeen gebruikelijk voorziening kan worden aangemerkt (zie 3.2.7 Algemeen gebruikelijke voorziening van deze beleidsregels). Driewielfietsen en andere bijzondere fietsen Bijzondere fietsen kunnen voor verstrekking in aanmerking komen. Denk bijvoorbeeld aan driewielfietsen of handbikes. Driewielfietsen worden speciaal gebruikt door de cliënt met beperkingen op evenwichtsgebied of een gestoorde motoriek. Dergelijke beperkingen maakt het gebruik van een normale fiets (al dan niet met hulpmotor) onmogelijk of ten minste onveilig. Om aanspraak te maken op een dergelijke maatwerkvoorziening gelden in principe dezelfde voorwaarden als voor een scootmobiel. Verder geldt dat een normale kinderdriewieler voor kinderen tot 4 jaar, mede gelet op de kosten, als algemeen gebruikelijk voorziening wordt beschouwd en daarom niet voor verstrekking in aanmerking komt.

Rechtspraak bij dit artikel