Autoaanpassingen zijn erop gericht lokale verplaatsingen mogelijk te maken voor cliënten die daarvoor zijn aangewezen op het gebruik van de eigen auto. Dat wil zeggen dat het primaat van de Regiotaxi bij hen niet kan worden toegepast. In de praktijk zal dat niet vaak voorkomen.
Algemeen gebruikelijk
Sommige autoaanpassingen kunnen een algemeen gebruikelijke voorziening zijn. Denk bijvoorbeeld aan stuur- en rembekrachtiging, de automatische versnelling of een auto met hoge instap. Het gaat om situaties waarin de cliënt auto aanschaft en het college verzoekt om de aanpassingen van die auto. Het ligt op de weg van de cliënt om een geschikte auto te kiezen in een prijsklasse die voorziet in bijvoorbeeld een cruisecontrol (CRVB:2009:BK1515).
Fondsenwerving
Het werven van fondsen is vanzelfsprekend geen voorliggende oplossing op het verstrekken van een maatwerkvoorziening waarop de cliënt is aangewezen. Het kan echter wel voorkomen dat een cliënt met behulp van fondsen een auto of bus kan aanschaffen. Vaak zijn aan zo’n auto of bus nog aanpassingen nodig. Het ligt op de weg van de cliënt daar vooraf met het college contact over te hebben. Dit om teleurstellingen te voorkomen als een aanvraag om aanpassingen zal worden afgewezen.
Uitgangspunten bij de beoordeling autoaanpassing
Bij het verstrekken van een autoaanpassing worden een aantal uitgangspunten gehanteerd.
Is het gebruik van de eigen auto nodig voor het zich lokaal verplaatsen én is Regiotaxi geen passende bijdrage?
Is de cliënt eigenaar en bestuurder van de auto? Onder de eigenaar van de auto kan ook de wettelijk vertegenwoordiger van het kind worden verstaan waar de autoaanpassing voor bestemd is. Ook kan de cliënt zijn aangewezen op vervoer door diens partner.
Is een autoaanpassing de goedkoopst passende bijdrage?
Wat is de staat van de auto (ouderdom en technische staat)?
Het college hanteert het uitgangspunt dat de auto waar de autoaanpassing voor bestemd is moet nog ten minste zeven jaar te gebruiken zijn. Daarvoor doet het college onderzoek naar de gemiddelde levensduur van de auto. Het college kan hiervan afwijken als de aanpassing, zonder al te hoge kosten, in een volgende auto kan worden overgezet (bijvoorbeeld een aangepaste autostoel).
Ook kan bij twijfel een technische keuring van de auto door een onafhankelijke instantie (bijvoorbeeld de ANWB) nodig zijn. Dit om te kunnen beoordelen of de aanpassing nog verantwoord is met het oog op de technische staat en de verwachte levensduur van de auto.
Bijzonderheden
De wegenbelasting en autoverzekering komen niet voor vergoeding in aanmerking. Als sprake is van een aanvraag voor een aanpassing aan de eigen auto, dient een advies van het Centraal Bureau Rijvaardigheid (CBR) met de restreint bepalingen aanwezig te zijn. Dit op basis van de Regeling coderingen beperkingen rijbevoegdheid. Het CBR verricht de keuring voor het vaststellen van de beperkingen (restreint), waarop de auto voor de cliënt aangepast moet zijn. Zonder deze restreintbepalingen is de cliënt onverzekerd als hij in een auto rijdt.
BPM teruggave
Op grond van het Nederlands belastingstelsel is de teruggaaf BPM-gehandicaptenregeling in het leven geroepen. Indien een bestelauto op of na 1 juli 2005 in gebruik is genomen voor het vervoer van een gehandicapte en diens rolstoel of ander hulpmiddel, kan men een teruggaaf krijgen van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bron:belastingdienst.nl).
Hoofdstuk 11 › Paragraaf 11.8
Artikel 11.8.5
Autoaanpassingen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2024