Het college stelt tijdens het onderzoek vast welk resultaat of welke resultaten bereikt moeten worden en welke aandachtspunten er eventueel zijn bij het bieden van de begeleiding. Daaruit volgt de begeleiding waarop de cliënt is aangewezen qua aard, omvang en frequentie. Dat wordt aangeduid met een intensiteit. Begeleiding kan worden geïndiceerd in vijf intensiteiten: waakvlamcontact, licht, middel, zwaar of intensief. Om de intensiteit te bepalen maakt het college bij het onderzoek ook gebruik van Bijlage 5 Bepalen ernst van de problematiek (onderscheid licht, matig, zwaar) bij deze beleidsregels. Het college hanteert de volgende intensiteiten:
Intensiteit
Ondergrens uren per maand
Bovengrens uren per maand
Waakvlamcontact
-
tot en met 4 uur
Licht
meer dan 4 uur
tot en met 9 uur
Middel
meer dan 9 uur
tot en met 18 uur
Zwaar
meer dan 18 uur
tot en met 26 uur
Intensief
meer dan 26 uur
-
Geen optelsom
Het kan zijn dat op meerdere gebieden te behalen resultaten te formuleren zijn. Voor wat betreft de omvang van de indicatie voor begeleiding is het niet zo dat de ureninschatting per gebied bij elkaar worden opgeteld. Het gaat om maatwerk: het bereiken van het resultaat is leidend. Zo kan bijvoorbeeld in een bepaalde volgtijdelijkheid worden gewerkt aan de te bereiken resultaten. Zie Bijlage 4 Voorbeelden te bereiken resultaten begeleiding bij deze beleidsregels voor een aantal voorbeelden van te bereiken resultaten.
Haalbaar resultaat
Het college en de cliënt brengen samen een prioritering aan. Zij maken een keuze aan welk resultaat of welke resultaten eerst wordt gewerkt. De problematiek kan aanleiding zijn om dat te doen, zeker als er sprake is meerdere aandachtsgebieden waarop de cliënt problemen ondervindt. Daarom is het van belang de gebieden (tussentijds) te evalueren.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.5
Artikel 6.5.3
Resultaat
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2024