**1..** Voor sociale huurwoningen geldt met betrekking tot de huurprijs het volgende:
De aanvangshuurprijs voor sociale huurwoningen ligt op of onder de liberalisatiegrens.
De hoogte van de huurprijs van een sociale huurwoning is, gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 4, eerste lid, maximaal het bedrag op de liberalisatiegrens.
Het onder b. bepaalde is niet van toepassing indien de huurverhoging wordt toegepast op grond van artikel 252a van het Burgerlijk Wetboek Boek 7 voor huishoudens met een inkomen boven de DAEB-norm.
**2..** Voor middeldure huurwoningen geldt met betrekking tot de huurprijs het volgende:
De aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen is tenminste gelijk aan de liberalisatiegrens en maximaal gelijk aan de huurprijsgrens voor zelfstandige woningen met maximaal 186 punten op basis van het woningwaarderingsstelstel. Conform artikel 12, tweede lid van het Besluit huurprijzen woonruimte wordt deze huurprijsgrens elk jaar bij ministeriële regeling geïndexeerd.
De hoogte van de huurprijs van een middeldure huurwoning dient, gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 4, derde lid, te blijven vallen binnen de bandbreedte genoemd onder a. van dit lid.
**3..** Voor sociale koopwoningen geldt met betrekking tot de koopprijs het volgende:
De koopprijs vrij-op-naam van een betaalbare sociale koopwoning ligt op of onder het bedrag van de maximale koopprijs (of koop-/aanneemsom inclusief verbeterkosten/meerwerk) die is opgenomen in de geldende Verordening Starterslening van de gemeente Maashorst;
De koopprijs van een sociale middeldure koopwoning bedraagt tenminste het bedrag bedoeld onder a. van dit artikel en ten hoogste € 355.000,00 peil 2023 (in 2024 wordt dit €390.000,00).
**4..** Het college kan nadere regels stellen over (de indexering van) de in dit artikel genoemde prijsgrenzen, hierbij gelden de volgende uitgangspunten:
Het college sluit zoveel mogelijk aan bij de wijze van indexering en/of de prijsgrenzen zoals deze op rijks- en/of regionaal niveau worden gehanteerd;
Voor sociale middeldure koopwoningen kan het college, op schriftelijk verzoek van een initiatiefnemer, uitsluitend indien en voor zover dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de financiële haalbaarheid van het bouwplan van de initiatiefnemer, de prijsgrens maximaal gelijk stellen aan de kostengrens voor nieuwbouwwoningen zoals vastgesteld in de Voorwaarden en Normen Nationale Hypotheek Garantie. Het is aan de initiatiefnemer om de noodzaak van verhoging van de prijsgrens schriftelijk te onderbouwen c.q. om genoegzaam aan te tonen dat het plan zonder verhoging van de prijsgrens van sociale middeldure koopwoningen niet haalbaar is.