Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Intrekking bij activiteit milieu

Onderdeel van Beleidsregel intrekken omgevingsvergunningen Wabo 2023 gemeente Nederweert

1.. Op basis van artikel 2.33, lid 2 onder a. van de Wabo zijn burgemeester en wethouders bevoegd om een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken, voor zover de vergunning betrekking heeft op de activiteit milieu als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder e. en i. indien gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. Bij de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van een termijn van 3 jaar nadat de verleende vergunning onherroepelijk is geworden. 2.. Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt wanneer na verloop van 3 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu nog geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de vergunde activiteiten of een gedeelte daarvan. De procedure tot intrekking van de verleende vergunning conform artikel 7 wordt in gang gezet. 3.. Wanneer door vergunninghouder tegen het voornemen tot intrekking een zienswijze wordt ingediend wordt onderzocht of deze aanleiding vormt tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e. c.q. i. van de Wabo alsnog moet zijn opgericht en in werking gebracht of opnieuw in werking zijn gebracht conform de verleende omgevingsvergunning, overeenkomstig artikel 5 van deze beleidsregels. 4.. Indien sprake is van een onherroepelijke omgevingsvergunning met naast de activiteit milieu nog overige activiteiten wordt de omgevingsvergunning in zijn geheel ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel