Er wordt getoetst aan de volgende voorwaarden, indien er sprake is van een zoninitiatief welke niet op het dak kan worden geplaatst en waarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd dient te worden:
De noodzaak waarom plaatsing op het dak dan wel binnen de regels van het Omgevingsplan niet mogelijk is dient bij de aanvraag onderbouwd te worden.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2. onder a geldt dat het initiatief bij voorkeur aansluitend op het bestaande bouwperceel c.q. bouwvlak zoals aangegeven in het omgevingsplan dient te worden geplaatst wanneer plaatsing op het dak of binnen het bouwperceel, dan wel binnen het bouwvlak voor zover aanwezig op het betreffende bouwperceel, niet mogelijk is.
In het geval van verzoeken omtrent het verwijderen of snoeien van bomen vanwege de plaatsing van zonnepanelen dient te worden voldaan aan de uitgangspunten, zoals opgenomen in de bomenverordening.
De maximale hoogte van de opstelling bedraagt 1,5 meter boven het maaiveld.
Bij de aanvraag dient aangetoond te worden dat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. Deze landschappelijke inpassing moet worden gerealiseerd binnen één jaar en dient in ieder geval duurzaam in stand te worden gehouden tot aan de verwijdering van de gehele installatie. Voor een landschappelijke inpassing dient te worden voldaan aan de uitgangspunten en de randvoorwaarden zoals opgenomen in de geldende beleidskaders
Artikel 3.1
Algemene voorwaarden voor zoninitiatieven
Onderdeel van Uitvoeringsregel voor kleinschalige zonne-energie installaties, windwokkels en kleinschalige windturbines