In deze nota wordt verstaan onder:
Algemene reserve
Het deel van het eigen vermogen waar de raad geen bestemming aan heeft gegeven. Dit vormt een buffer voor financiële tegenvallers zonder dat de reguliere bedrijfsvoering daaronder lijdt.
Artikel 12-gemeenten
Als een gemeente over lange tijd grote financiële tekorten op de begroting heeft dan kan die gemeente om extra geld uit het gemeentefonds vragen. Hiervoor levert de gemeente haar financiële zelfstandigheid voor een deel in en krijgt een zogenoemde Artikel 12-status.
Bestemmingsreserve
Het deel van het eigen vermogen waar de raad een bepaalde bestemming aan heeft gegeven
Eigen vermogen
Het eigen vermogen is het verschil tussen de activa en het vreemd vermogen van de gemeente. Het eigen vermogen van de gemeente op de balans bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en uit het gerealiseerde resultaat van het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het gerealiseerde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen in de balans als onderdeel van het eigen vermogen.
Functies van reserves
Reserves hebben een vijftal functies:
Financieringsfunctie: reserves kunnen worden ingesteld ter dekking van investeringen.
Egalisatiefunctie: opvangen van grote schommelingen in inkomsten/uitgaven op een specifiek taakveld/product.
Bestedingsfunctie: reserves kunnen worden ingesteld om te reserveren voor toekomstige (incidentele) uitgaven voor een bepaald doel.
Bufferfunctie: reserves kunnen worden ingesteld om onvoorziene tegenvallers en exploitatietekorten op te kunnen vangen.
Inkomensfunctie: reserves kunnen worden ingesteld om structurele lasten te dekken in de programmabegroting.
Reserves
In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) staat in artikel 43 dat:
In de balans worden de reserves onderscheiden naar:
de algemene reserve;
de bestemmingsreserves.
Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.
Voorzieningen
Voorzieningen maken deel uit van het vreemd vermogen. Voorzieningen worden gevormd wegens:
verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen van investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.
Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden.