Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf

Artikel 5.1

Voorwerpen op, aan of boven de weg

Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Meerssen 2024

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.16 kan een vergunning worden geweigerd: als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3.. Het verbod zoals bedoeld in lid 1, is niet van toepassing op de volgende categorieën, mits van toepassing, de daartoe benodigde vergunning is verleend: evenementen als bedoeld in de vigerende Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Meerssen; standplaatsen als bedoeld in artikel 6.6 en artikel 6.11 van deze verordening; terrassen, als bedoeld in de vigerende Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Meerssen; beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. 4.. Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen, mits wordt voldaan aan de krachtens het zesde lid gestelde nadere regels: vlaggen, wimpels en vlaggenstokken; zonneschermen; voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; uitstallingen; voorwerpen en materialen ten behoeve van werkzaamheden; aankondigingen ten behoeve van evenementen; plantenbakken en banken. 5.. Het is verboden reclameborden in de vorm van driehoeksborden te plaatsen als: de situatie niet voldoet aan de krachtens het zesde lid gestelde nadere regels; daarvan niet vergunning is aangevraagd op de wijze zoals beschreven in de krachtens het zesde lid gestelde nadere regels. 6.. Het college stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het vierde en vijfde lid. 7.. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 8.. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 9.. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 10.. In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 11.. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel